Elektriciteit
Kijk eens om je heen. Staat het licht aan? Kijk je ondertussen ook nog naar je televisie? Terwijl je dit leest staat in ieder geval ook je computer aan! Al deze dingen hebben elektriciteit nodig.
Aan je computer zit een snoertje dat naar een stopcontact gaat. Uit het stopcontact komt elektriciteit. Elektriciteit zie je niet maar je kan het wel voelen. Probeer dat maar niet uit.
Elektriciteit gebruik je voor een heleboel dingen. Bijvoorbeeld voor het aandoen van je schemerlamp (licht), het föhnen van je haar (warmte), het afspelen van je favoriete cd (geluid) en het boren van een gaatje in de muur (beweging).
Er zijn verschillende dingen die elektriciteit geven. Op je fiets zit een licht. Bij de meeste fietsen werkt dat met een dynamo. De dynamo draait. Daardoor krijgt jouw lamp elektriciteit om te branden. Of misschien heb je wel een heel nieuw licht die op batterijen werkt en automatisch aangaat in het donker. De batterijen geven jouw lamp energie. Elektriciteit komt dus uit verschillende bronnen: een stopcontact, een batterij, een dynamo. Ook de zon geeft elektriciteit. Dat noem je 'zonne-energie'.
Dynamo
De dynamo op je fiets draait langs je wiel. Daardoor gaat je licht branden. Zo werkt het ook met de elektriciteit die uit een stopcontact komt. Ergens in een elektriciteitscentrale staat een hele grote dynamo: een generator. Op je fiets draait de dynamo als jouw wiel ook draait. De generator draait door stoom, wind of andere soorten energie.
Gloeilamp
Als je goed naar een gloeilamp kijkt (niet als die aanstaat), zie je een klein ijzerdraadje lopen. Als je de gloeilamp aandoet, loopt er stroom door het draadje. Daar wordt het draadje warm van en gaat gloeien; de gloeilamp!
Thomas Edison vond de gloeilamp uit. Het idee van een draadje waardoor stroom liep, bestond al. Maar die lampen werkten nog niet goed genoeg om echt te verkopen. Edison's lamp brandde wel lang genoeg.
LED
Op de televisie, de stereotoren en de computer zitten hele kleine lampjes. Je ziet niet altijd duidelijk of je televisie of stereotoren aan of uit staat. Daarom zit er een klein lampje op. Dat lampje heet een led. Led betekent 'light emmiting diode'. Dat is Engels voor 'lichtuitzendende diode'. Een led is een heel erg klein en heel erg zuinig lampje.
Weerstand
Ook dat ledje moet stroom krijgen. Omdat het ledje zo klein is, is er ook maar een klein beetje stroom nodig om hem te laten branden. De 230 volt die uit het stopcontact komt is veel te veel voor het ledje. Met zoveel stroom gaat het lampje onmiddellijk kapot. Daarom is er iets nodig om de stroom die een lamp normaal krijgt te verminderen. Daarvoor wordt een weerstand gebruikt.
Een weerstand vermindert stroom. Het is maar een heel klein dingetje. Elk weerstandje heeft een bepaalde waarde, het ene apparaat heeft namelijk een feller ledje dan het andere. Die waarde wordt aangegeven met Ohm. Omdat een weerstandje zo klein is kan er niet iets op geschreven worden. Daarom heeft een weestand verschillende gekleurde ringen. Aan die ringen zie je wat voor een waarde het weerstandje heeft.
Volt
Uit een stopcontact komt stroom. Hoeveel stroom iets geeft wordt aangeduid met volt. Een bliksemstraal geeft ook stroom, wel honderd miljoen volt! Uit een stopcontact komt íetsje minder stroom; 230 volt. Hoeveel volt uit een stopcontact komt is niet in elk land hetzelfde. In sommige landen komt er maar 110 volt uit het stopcontact. Daar heb je een ander soort lampen en stekkers voor nodig...
Stroomkring
Een apparaat heeft stroom nodig om te kunnen werken. Maar de stroom moet ook weer weg kunnen. Dat heet een stroomkring. Deze stroomkring werkt pas als je een schakelaar omzet. Als je het lichtknopje aandoet loopt de stroom in een kring. Doe je het licht weer uit, dan kan de stroom niet rondstromen. Denk maar aan de lichtjes in de kerstboom. Door het snoertje van de kerstverlichting loopt stroom. Het gebeurt vaak als één lichtje van de kerstboom kapot gaat, alle lichtjes het niet meer doen. Dat komt omdat er een onderbreking in de stroomkring is.
Kortsluiting
Een stroomkring loopt dus altijd rond. Om te werken moet er een apparaat tussen zitten. Dat apparaat voorkomt dat de spanning in een kabel te groot is. Maar als er geen apparaat in de stroomkring zit wordt de spanning heel erg hoog. Daardoor worden de stroomdraden heet. Dat heet kortsluiting en kan leiden tot brand.
Bekijk het filmpje:
http://beeldbank.schooltv.nl/hi/index.jsp?povo=vo#u=25966,q=elektriciteit Energie: Wat is dat precies?
Meer weten over elektriciteit? Kik op http://po.teleblik.nl/themas/elektriciteit">Teleblik</a

