Op de hele wereld hebben 33 miljoen mensen het hiv-virus. Elke dag komen er dertien duizend mensen bij. Dat betekent dat er elke twaalf seconden iemand met het virus besmet raakt.
Aids is een ziekte die niet alleen in andere landen voorkomt. Ook in Nederland hebben mensen aids.
Aids is een ziekte die je krijgt door een virus: het hiv-virus. Een virus is een piepklein diertje. Je kunt dit diertje alleen zien onder een microscoop, zo klein is het. Als je een virus in je lichaam hebt, kun je daar ziek van worden. Van het griepvirus kan je bijvoorbeeld griep krijgen. Van het hiv-virus krijg je aids.
... seks te hebben zonder condoom met iemand die het virus heeft.
... het gebruiken van een injectienaald van iemand die het virus heeft.
... als baby in de buik van je moeder, en je moeder heeft het hiv-virus.
... het binnenkrijgen van besmet bloed.
Vroeger was nog niet zoveel bekend over het hiv-virus. Donorbloed werd daarop niet getest. Maar tegenwoordig is dat veranderd. Al het bloed wordt getest op het hiv-virus. Het komt in Nederland dus bijna nooit meer voor dat iemand hiv krijgt door bloed van een ander. Maar die controle gebeurt helaas nog niet in alle landen van de wereld.
Als je hiv hebt merk je dat niet altijd meteen. Je kunt er jaren mee rondlopen zonder dat je het weet. Maar ondertussen breekt het virus je afweersysteem af. Dat afweersysteem zorgt er normaal gesproken voor dat je lichaam allerlei ziektes bestrijdt.
Je krijgt pas aids als je hele afweersysteem kapot is. Je lichaam kan je dan niet meer beschermen tegen ziektes. Je kan dan allemaal ziektes krijgen waar je normaal tegen beschermd bent. Als je lichaam je niet meer kan beschermen wordt je zieker en zieker.
Gelukkig kun je medicijnen slikken om aids zo lang mogelijk uit te stellen. Die medicijnen heten aids-remmers. Die aids-remmers zorgen dat je afweersysteem zo lang mogelijk goed blijft werken. Zonder aids-remmers duurt het ongeveer tien jaar voordat je aids krijgt. Met die medicijnen kan je dus nog veel langer leven. Wel moet je deze medicijnen voor de rest van je leven elke dag innemen. Het virus gaat er ook niet mee weg. Het wordt alleen stopgezet. De medicijnen werken niet bij iedereen even goed. En hoe langer je ze neemt, hoe minder goed ze werken.
Vaak hebben de medicijnen ook erg nare bijwerkingen.
Mensen die geïnfecteerd zijn krijgen te maken met allerlei vooroordelen. Dat komt vaak omdat andere mensen niet goed weten wat aids is, of hoe je het krijgt. Aids kun je alleen krijgen als het bloed van een geïnfecteerd persoon in jouw bloed komt. Je kunt dus géén aids krijgen als je uit iemands glas drinkt, als je iemand een zoen geeft, door een mug geprikt wordt, en zelfs niet door een klein schaafwondje!
Je weet nu dat er ongeveer 33 miljoen mensen zijn met het hiv-virus. Maar hoe is dat per regio verdeeld? Als je kijkt naar de hele wereld dan zijn er in het zuiden van Afrika de meeste mensen met hiv. Kijk maar:
- Mensen met het hiv-virus per regio:
- In Azie hebben 4,8 miljoen mensen hiv/aids
- In Australie en Stille Oceaan hebben 74 duizend mensen hiv/aids
- In Zuid-Afrika hebben 22 miljoen mensen hiv/aids
- In Noord-Afrika en het Midden-Oosten hebben 380 duizend mensen hiv
- In Noord-Amerika en West-Europa hebben 2,1 miljoen mensen hiv/aids
- In Oost-Europa en Centraal-Azie hebben 1,5 miljoen mensen hiv/aids
- In het Caribisch gebied hebben 230 duizend mensen hiv/aids
- In Latijns Amerika hebben 1,7 miljoen mensen hiv/aids