De Februaristaking

Op 25 februari 1941 vindt een grote staking plaats in ons land. Een gevaarlijke actie want Nederland wordt op dat moment bezet door Duitse troepen. Er worden pamfletten uitgedeeld met de oproep tot staking. Er wordt gestaakt in Amsterdam. Personeel van winkels en de gemeente stopt met werken, scholieren lopen hun klaslokaal uit, iedereen staakt! De stakers zijn boos over de manier waarop de Duitse bezetters de Joden behandelen. De Duitsers zijn erg verbaasd over de staking.

Oorlog

Op 10 mei 1940 vallen Duitse troepen Nederland binnen. Na een strijd van 5 dagen geeft Nederland zich over. De Duitsers nemen de macht over. De koningin en de ministers vluchtten naar Engeland. De Nederlanders gingen steeds meer voelen dat de Duitsers de baas waren in ons land.

De maatregelen van de Duitsers werden steeds strenger. Ze wilden bijvoorbeeld dat de arbeiders per dag langer zouden werken, en de lonen en de uitkeringen gingen omlaag. Sommige arbeiders moesten zelfs verplicht in Duitsland gaan werken!

Joden

Verboden voor joden

Verboden voor joden

park met Bordje Joden Verboden

Wanneer Nederland op 10 mei 1940 door de Duitsers bezet wordt, vrezen de Joden in ons land het ergste. Er zijn immers al veel Joodse mensen uit Duitsland gevlucht. Daar werden de ze al jaren vervolgd.

Ook in Nederland namen de Duitsers maatregelen tegen de Joden die in Nederland woonden. Nederlanders mochten bijvoorbeeld niet meer kopen in winkels van de Joden. Ook werden ze zomaar ontslagen.

Op sommige plekken mochten ze niet meer komen, bijvoorbeeld in zwembaden of in restaurants. Daar werden dan bordjes opgehangen waarop stond: Voor Joden verboden.

Aanhangers van de Duitsers in Nederland

NSB vlag

vlag van de NSB

Veel Nederlanders deden wat de Duitsers wilden, ook al waren ze het er eigenlijk niet mee eens. Het was te gevaarlijk om niet mee te werken. Als je je verzette dan werd je misschien wel opgepakt en naar Duitsland gestuurd.

Maar er waren ook Nederlanders die het met de Duitse maatregelen eens waren. Zij waren lid van de NSB, de Nationaal Socialistische Beweging en ze werden wel NSB´ers genoemd. Je kon ze herkennen aan hun zwarte uniformen. Zij hielpen de Duitsers met bijvoorbeeld het ophangen van de bordjes ´Voor Joden verboden´.

Begin van de staking

Sommige eigenaren van hotels en restaurants waren het helemaal niet eens met de bordjes waarop 'Voor Joden verboden' stond. Ze haalden ze er weer af. De aanhangers van de Duitsers (NSB´ers) kwamen met stokken en sloegen de boel kort en klein. Er ontstonden vechtpartijen met bezoekers en mensen op straat. Er raakten zelfs mensen gewond.

Dit gebeurde begin februari 1941. Op 11 februari liep het in Amsterdam op het Waterlooplein helemaal uit de hand. Er ontstond een enorme vechtpartij tussen Joden en aanhangers van de Duitsers. Eén van die aanhangers, Hendrik Koot, raakte zwaargewond en overleed een paar dagen later.

Een week later, op 19 februari ging het weer mis. Duitsers vielen een Joodse ijssalon binnen, één van de eigenaren spoot ammoniak in het gezicht van één van de Duitse agenten.

Razzia

 foto van Razzia op JD Meyerplein

Razzia op JD Meyerplein

Deze gebeurtenissen leidden in het weekend van 22 en 23 februari tot de eerste razzia´s in Nederland. Een razzia is het oppakken van personen zonder dat die iets strafbaars hebben gedaan.

De Duitse politie reed met 15 overvalwagens de Joodse buurt van Amsterdam binnen. Ze pakten 25 Joodse mannen op. Dit gebeurde met veel geweld. Deze mannen zouden later naar het kamp Mauthausen in Oostenrijk worden gebracht. Daar moesten ze heel zwaar werk doen. Slechts drie mannen overleefden dat kamp.

De staking

Februaristaking

Februaristaking

Deze razzia maakte veel indruk op de Amsterdammers. Ze waren het al niet eens met de Duitse maatregelen maar dit vonden ze verschrikkelijk. Daarom gingen ze een actie voorbereiden: een staking als protest tegen de Duitsers.

Op 25 februari werden pamfletten uitgedeeld met de oproep tot staking. Er werd gestaakt in Amsterdam. Bedrijven liepen leeg, het personeel van winkels en de gemeente stopte met werken, scholieren liepen hun klaslokaal uit, iedereen staakte. De Duitsers waren erg verbaasd over deze actie. Zo´n groot protest hadden ze nog nooit meegemaakt. Daarom duurde het even voordat ze wat deden.

Maar in de loop van de middag grepen ze hard in. Er werd geschoten op de stakers, er vielen doden en gewonden. Ondertussen werd er ook gestaakt in andere delen van Nederland: in de Zaanstreek, in Hilversum, Haarlem, Weesp en Utrecht. Ook op 26 februari werd er nog gestaakt.

Maar de Duitse politie greep weer hard in. Er vielen opnieuw doden en gewonden en vele stakers werden gearresteerd. Aan het einde van de tweede stakingsdag was duidelijk dat dit niet langer kon. De volgende dag gingen de arbeiders weer aan het werk. Het protest, de staking, was voorbij.

Na de staking

De Duitse bezetters besloten na dit protest om harder op te treden. Sommige opgepakte stakers werden gedood en de steden waar gestaakt was, moesten een hoge boete betalen. Veel stakers werden ontslagen en aanhangers van de Duitsers kregen de baantjes die nu vrijgekomen waren.

Herdenking

De Dokwerker

De Dokwerker

Elk jaar wordt de Februaristaking herdacht bij het monument ´De Dokwerker´in Amsterdam. De staking van 1941 is het voorbeeld geworden voor elk protest tegen racisme en discriminatie.

Wist je dat?

  • 300.000 Amsterdammers deden mee aan de Februaristaking. Het was de eerste massale verzetsactie tegen de maatregelen van de Duitsers.
  • In Nederland is er aan het begin van de Tweede Wereldoorlog nog geen sprake van georganiseerde jodenvervolging. In Duitsland was dit wel het geval. De joden werden wel als tweederangs burgers gezien. Na de Februaristaking gaan de Duitsers de joden in Nederland ook vervolgen.
  • Al tijdens de oorlog gaan er geruchten dat joden naar kampen worden gebracht waar ze hard moeten werken. Pas na de oorlog blijkt dat ze daar niet moesten werken, maar dat de joden daar werden gedood. Het waren geen werkkampen maar vernietigingskampen.
  • De Duitsers dwongen de stakers weer aan het werk te gaan. Sommige trambestuurders reden met de loop van een pistool in hun nek.
  • In de kranten in Nederland mocht niets over de staking geschreven worden. De Duitsers waren bang dat dan het hele land in opstand zou komen.
  • Seyss-Inquart was namens de Duitsers de baas in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Ieder jaar organiseert de gemeente Amsterdam op de dag van de herdenking een lunch voor oud gemeentepersoneel dat met de staking heeft meegedaan. Nu gebeurt dat nog steeds.