In het vroege voorjaar zet half Nederland de wereld een paar dagen op z'n kop. In heel Nederland, maar nog steeds het meest in Brabant en Limburg.
Je trekt bijzondere kleren aan, iets geks of kleren die iets voorstellen. De één wil indiaan zijn, de ander zeerover of prinses. Urenlang wordt er gefeest, wel drie dagen lang.
Waarom gebeurt dat ieder jaar? En hoe lang vieren we al carnaval?
Ieder jaar in februari wordt er gefeest, het is dan carnaval. Met carnaval staat de wereld een paar dagen op z´n kop. In heel Nederland, maar nog steeds het meest in Brabant en Limburg. Je trekt bijzondere kleren aan, iets geks of kleren die iets voorstellen. De één wil indiaan zijn, de ander zeerover of prinses. Urenlang wordt er gefeest, wel drie dagen lang. Er wordt gedanst, gegeten, gedronken. De burgemeester heeft niets te vertellen. Prins Carnaval is nu de baas. Plaatsnamen worden veranderd. Zo heet Den Bosch Oeteldonk, Eindhoven Lampegat en Bergen op Zoom Krabbegat.
Het carnavalsfeest is al honderden jaren oud. Hoe oud het precies is, dat weten we niet. Maar we weten wel dat de oude Grieken hun wijngod Dyonisos op een schip met wielen rond reden. En dat de Romeinen een feest vierden waarbij ze zich ook verkleedden. En de Germanen vierden een feest in februari, omdat de zon dan weer langer ging schijnen. Ze waren blij dat de lange, koude winter weer voorbij was.
De winter was voor de Germanen de moeilijkste tijd van het jaar. Er groeide niets meer en er was dan ook bijna niets te eten. De mensen waren dan ook ieder jaar weer dankbaar dat de zon langer ging schijnen en dat het warmer werd. De goden werden daarvoor bedankt en de boze geesten, die voor de kou hadden gezorgd probeerde men te verdrijven. Iedereen hoopte dat de planten weer zouden gaan groeien, dat er weer voldoende eten zou komen.
Vroeger droegen de mensen vaak maskers om daarmee de geesten af te schrikken. Ook ratels en bellen gebruikten ze daarvoor.
Toen de Germanen christelijk waren geworden, veranderde het carnavalsfeest. De christelijke kerk heeft feestdagen rond het leven van Jezus Christus. Kerstmis is het feest van zijn geboorte. Op Goede Vrijdag wordt herdacht dat hij aan het kruis is gestorven en met Pasen dat hij opstond uit de dood.
De gelovigen willen het lijden van Jezus meebeleven. Veertig dagen lang eten ze geen vlees en leven ze eenvoudig. Dat noemen ze de vastentijd. Maar voordat de vastentijd in februari begint, willen ze nog graag uitgebreid eten en drinken. Dat werd het feest van vastenavond, de avond voor de vasten begint. Tegenwoordig noemt iedereen dat feest carnaval.
De kerk had wel veel problemen met dat vele drinken, eten en feesten. Mensen konden dan niet meer goed nadenken en zouden allemaal rare dingen doen. De kerk verbood daarom het carnavalsfeest.
De mensen probeerden onder dit verbod uit te komen. In Den Bosch bijvoorbeeld bedachten de mensen een soort toneelstuk van drie dagen. Alles wat er die dagen gebeurde werd gespeeld en was niet echt. De stad kreeg in dat toneelstuk een andere naam: Oeteldonk. En de burgemeester van Oeteldonk heet Peer van de Muggenheuvel. Drie dagen lang heeft hij het voor het zeggen en niet de burgemeester van Den Bosch.
Drie dagen lang wordt alles wat serieus is vergeten. Er wordt plezier gemaakt en overal wordt de draak mee gestoken. Bijvoorbeeld als wethouders of andere belangrijke figuren in de stad iets heel erg fout hebben gedaan en je hebt daarmee in de kranten gestaan, dan kan het zijn dat je met carnaval daarmee geplaagd wordt.