Ieder kind doet wel eens een klusje: de auto wassen, afwassen. Oudere kinderen brengen de krant rond of werken in een supermarkt. Is dat ook kinderarbeid?
Nee, dat is niet zo. Met kinderarbeid wordt bedoeld dat kinderen die veel te jong zijn werken bij een baas die ze slecht betaalt en slecht behandelt. Bovendien hebben ze daardoor geen tijd om naar school te gaan zodat ze niets leren en dus later ook nooit een goede baan kunnen krijgen.
Dit gebeurt allemaal nog steeds in arme landen. Kinderarbeid kwam vroeger ook in Nederland voor. Hoe kwam daar toen een eind aan?
Een man herinnerde zich hoe hij als kind hard moest werken. In 1780 ongeveer:
'Ik groeide op zoals kinderen opgroeien in een klein stadje op het platteland. Natuurlijk moest ik naar school, maar daarnaast ook meehelpen op het veld. In de herfst moesten de stronken kool omgehakt worden. Daarmee werden de koeien gevoerd. Meestal waren ze nat en omdat het al koud was, kreeg ik kramp in m´n linkerarm waarmee ik de stronken moest vasthouden.'
Honderd jaar later gingen tienduizenden kinderen niet naar school. Ze moesten lang en hard werken, in dienst van een baas. Voor hooguit tien cent per dag. Deze schoolmeester uit Moordrecht merkte dat zijn klas leeg bleef: veel kinderen werkten in de touwbaan:
'Hier in mijn dorp komt het voor dat soms vijfjarigen langer dan 12 uur per dag aan de wielen moeten draaien om touw te maken. De dodelijk vermoeide kinderen worden ´s morgens slapend naar de werkplaats gedragen en door hun schreeuwende baas gewekt.'
Over kinderarbeid werd toen heel verschillend gedacht. Sommige mensen waren er voor, anderen ertegen. Een fabrikant van aardewerk in Maastricht vond kinderarbeid prima. In 1886 zei hij:
'In mijn fabrieken werken inderdaad jongens van 12 en 13 jaar gedurende 6 nachten per week. Ik vind dat niet schadelijk voor hen. Alleen door zeer jong te beginnen en voortdurend te oefenen leren zij de nodige vaardigheid in het glaswerken.
Dat ik zulke jonge jongens gebruik is ook een kwestie van geld, maar niet hoofdzakelijk. Kijk, een jongen loopt als het glas gereed is, ermee naar de oven. Dat is geen zwaar werk en een jongen doet dat spelend. Als hij dat 12 uur gedaan heeft, is hij nog niet moe en loopt als een haas. Zware personen en oudere mensen kunnen voor dat werk niet gebruikt worden.'
Andere directeuren van fabrieken dachten er ook zo over. Kinderen waren goedkope werkkrachten.
Aan het eind van de 19 eeuw wilden steeds meer Nederlanders dat er een einde kwam aan de kinderarbeid. De regering zou het moeten verbieden.
De Nederlandse ministers vonden altijd al dat ze zich niet moesten bemoeien met wat er in de fabrieken en bedrijven gebeurde. Dat was een zaak van de directeuren, niet van de politiek. Er kwamen dus geen wetten die de werkomstandigheden voor kinderen verbeterden. Er kwam zeker geen wet die de kinderarbeid verbood.
Samuel van Houten was lid van de Tweede Kamer. Hij wilde dat de regering met een wet kwam die de kinderarbeid zou verbieden:
'Het is uw plicht tegen kinderarbeid op te treden. U weet dat kinderen worden uitgebuit.'
Toen hij merkte dat de minister die daar over ging, dat niet van plan was, besloot Van Houten zelf een voorstel te maken. IJverig schreef hij:
'Artikel 1: Het is verboden kinderen beneden de twaalf jaar in dienst te nemen of in dienst te hebben.'
Van heel veel mensen in het land kreeg Van Houten brieven om hem te steunen. Er werden vergaderingen georganiseerd, tegen kinderarbeid en voor Van Houten. Dat maakte grote indruk op de andere leden van de Tweede Kamer.
De Tweede Kamer zou stemmen over het voorstel van Van Houten om kinderarbeid te verbieden. Hoe zou de uitslag worden? De stemming werd een groot succes voor Van Houten: 64 stemden voor en 6 tegen. Het kinderwetje van Van Houten werd dus aangenomen.
Zijn wet werd het begin: tot 12 jaar mochten kinderen niet werken. Uiteindelijk werd alle kinderarbeid verboden, tenminste in Nederland. In andere landen bestaat kinderarbeid nog steeds.
In veel landen in de wereld gaan kinderen bij een baas werken. Uit armoede, om te overleven. In Cambodja werken bijvoorbeeld kinderen in een textielfabriek. Daar maakten ze in 2000 kleren voor de merken Nike en Gap. In India werken kinderen in fabrieken die kleden en tapijten maken die in Nederland worden gekocht.
Onlangs werd bekend gemaakt dat er in de hele wereld 250 miljoen kinderen werken. Zij hebben dus weinig tijd om te spelen, gaan weinig naar school en leven in slechte gezondheid.
In sommige landen is het nog heel normaal dat kinderen niet naar school gaan, maar werken. In Nederland proberen mensen daar een einde aan te maken. Steun deze mensen door je handtekening te zetten.