Leven in de Gouden Eeuw
In de zeventiende eeuw ging het erg goed met ons land!!!
Er was veel handel en werk te vinden. Kooplieden verdienden schatten met geld door de handel.
Het was een gouden tijd. Daarom noemen we die eeuw ook de Gouden Eeuw. Hoe zag het leven in deze Gouden Eeuw eruit?
De zeventiende eeuw
In de zeventiende eeuw ging het goed met ons land, ook al was het land in oorlog tegen de koning van Spanje. Het noordelijk deel van de Nederlanden had zich bevrijd, het zuiden was nog in handen van de Spanjaarden.
Daarom sloten de Noord-Nederlanders de Schelde af. Daardoor konden er geen schepen meer naar de haven van Antwerpen (Antwerpen lag in de zuidelijke Nederlanden). De meeste schepenGingen daarom naar de haven van Amsterdam. In Antwerpen viel de handel stil. Veel Antwerpse handelaren verhuisden naar Amsterdam en andere Hollandse steden.
In het westen van de Republiek was veel handel en werk te vinden. Kooplieden verdienden veel geld door de handel.
Regenten
De rijke kooplieden bestuurden vaak ook de steden en de provincies. Regenten worden ze genoemd. Regenten waren lid van de vroedschap en de magistraat. Een vroedschap is een soort gemeenteraad, de magistraat is te vergelijken met de burgemeesters en de wethouders van nu.
De regenten deden erg hun best voor hun stad, maar soms waren ze niet altijd eerlijk. Dan staken ze bijvoorbeeld het geld voor de stad in hun eigen zak.
Géén koning
In de zeventiende eeuw was er geen koning in Nederland. Ons land was een republiek. Er waren provincies, die een eigen bestuur hadden: de staten. Soms overlegden die met elkaar in Den Haag in een vergadering die we de Staten-Generaal noemden.
Dan ging het vaak over zaken die met het buitenland te maken hadden, of het betalen van het gezamenlijke leger.
Handel
De Republiek was in de zeventiende eeuw één van de rijkste landen van de wereld. De rijkdom kwam vooral door de handel. De goederen waar de kooplieden mee handelden kwamen overal vandaan. Zo haalden ze graan uit de landen rond de Oostzee, wol uit Engeland, hout uit Noorwegen, wijn uit Frankrijk en huiden uit Rusland.
De Nederlandse schepen voeren niet alleen door Europa maar ook naar de Indische eilanden voor specerijen, koffie, thee, cacao en suiker. De kooplieden in Amsterdam, zorgden er voor dat er grote voorraden lagen in hun pakhuizen. Kooplieden uit heel Europa gaan naar Amsterdam om daar hun bestellingen te doen.
Grachtenpanden
Met het vele geld wat de kooplieden verdienden, lieten ze prachtige huizen bouwen. Bijvoorbeeld in Amsterdam zijn nog veel van deze zeventiende-eeuwse grachtenpanden te bewonderen. Niet alleen aan de buitenkant was de rijkdom van de koopman te zien. Ook aan de binnenkant. De kooplieden kochten dure meubels en schilderijen om hun huizen te verfraaien.
Poppenhuizen
Na 300 jaar is er natuurlijk veel veranderd in de grote grachtenpanden. Er is vaak verbouwd. Hoe de huizen er precies uitzagen in de zeventiende eeuw weten we door schilderijen en poppenhuizen. Rijke dames lieten poppenhuizen maken om mee te pronken. Kinderen mochten er niet aan komen, want er mocht niets kapot gaan.
Armoede
Naast alle rijkdom waren er ook veel arme mensen in de zeventiende eeuw. Ze moesten hard werken voor weinig geld. Soms waren ze zo arm dat ze moesten bedelen. In Amsterdam werden bedelaars opgepakt en naar het rasp- en spinhuis gestuurd. Dit was een soort gevangenis. De bedoeling was dat de bedelaars daar ´opgevoed´ zouden worden. De mannen moesten daar hout raspen, de vrouwen moesten er spinnen.
Links
- De VOC en de Gouden Eeuw
Voor meer informatie over de VOC en de Gouden Eeuw.
- Een gezin in de Gouden Eeuw
Een gezin in de Gouden Eeuw. Vader, moeder en kinderen vertellen hun verhaal.

