Eén van de bekendste koningen uit de Middeleeuwen is Karel de Grote. Hij leeft zo'n 1300 jaar geleden. Hij was koning van het Frankische rijk. Dat rijk is ongeveer even groot als Frankrijk, Duitsland, België en Nederland nu bij elkaar. In het jaar 800 wordt hij door de paus tot keizer gekroond. Karel is nu heer en meester over heel West-Europa. Sinds de Romeinen was het niemand meer gelukt om over zo'n groot rijk te regeren!
Eigenlijk weten we niet precies wanneer Karel de Grote geboren is. We denken dat het op 2 april 742 of 748 geweest is. De vader van Karel heet Pippijn III en zijn moeder Bertha met de grote voeten'. Karel heeft ook een broer Karloman. Als Pippijn en Karloman allebei niet meer leven, wordt het hele Frankische rijk van Karel.
Karel voert tijdens zijn leven veel oorlogen. Omdat hij geld nodig heeft en om zijn eigen rijk rustig te houden. Maar ook omdat hij vindt dat een goede koning veel moet strijden voor de kerk.
De Saksen zijn de grootste tegenstanders van Karel. Ze komen vaak de grens over om Frankische dorpen te plunderen en in brand te steken. Karel trekt dan met zijn leger het land van de Saksen binnen om met ze te vechten. Vaak verslaat hij de Saksische soldaten. Maar die vallen na een tijdje de grensdorpen toch weer aan.
De Saksen zijn geen christenen, maar geloven in meerdere goden. In de ogen van Karel zijn het heidenen. Karel belooft ze niet te doden als ze zich tot christen laten dopen. Ook moeten zij zich aan zijn wetten houden. Maar de Saksen weigeren zich over te geven aan Karel. Karel trekt ten aanval. Na 30 jaar vechten geven de Saksen eindelijk hun strijd op. Hun gebied wordt deel van het Frankische rijk.
In Rome woont de paus. Hij is het hoofd van de kerk en dus van alle christenen. De Langobarden zijn de baas in een groot deel van Italië en ze dreigen nu ook Rome te veroveren en de paus af te zetten. Daarom vraagt de paus hulp aan Karel, die met zijn leger de Langobarden verslaat. Karel wordt nu ook koning van het rijk van de Langobarden.
Als de paus sterft en er een nieuwe wordt gekozen, breekt opnieuw onrust uit in Rome. Sommige edelen vinden dat de paus zijn werk niet goed doet en nemen hem gevangen. Ze sluiten hem op in een kerker. Maar de paus kan ontsnappen, vlucht naar Karel en vraagt hem om hulp. Karel helpt hem, hij rekent af met de edelen en de paus kan weer hoofd van de kerk zijn.
De paus is Karel zo dankbaar voor al zijn hulp, dat hij hem uitnodigt om naar Rome te komen. Op 25 december, eerste kerstdag, woont Karel de kerkdienst bij. Als hij geknield aan het bidden is, zet de Paus een kroon op zijn hoofd en roept hem uit tot keizer: het hoogste dat iemand kan bereiken. Karel is nu de machtigste man van het christelijk Europa. Misschien had Karel liever gehad, dat de Paus hem alleen maar gezalfd had. En dat hij zichzelf gekroond had, want nu kunnen de mensen misschien denken dat de Paus hoger in rang staat omdat hij de titel uit heeft gedeeld!
Om zijn grote rijk te besturen, verdeelt Karel het in kleinere provincies. Die worden gouwen genoemd. Over een gouw stelt hij een hertog of een bisschop aan. Zij regeren in naam van Karel en hebben hem trouw beloofd.
Karel reist veel door zijn rijk. Natuurlijk om te controleren of zijn rijk goed wordt bestuurd. Op veel plaatsen staat er een palts voor de keizer klaar. Daar woont hij dan een paar weken en beslist hij ter plekke wat er gebeuren moet.
Ons woord paleis komt van het woord palts. Het is een versterkte koninklijke boerderij, vesting of burcht. In Nederland heeft karel ook een palts: Het Valkhof in Nijmegen.
Rust en eenheid is heel belangrijk in zo'n groot rijk. Daarom laat Karel alle wetten en regels opschrijven en zorgt hij ervoor dat de mensen zich er ook aan houden. Ook probeert Karel één soort munt in te voeren, die overal in zijn hele rijk evenveel waard is. Eigenlijk een beetje zoals wij nu de Euro hebben! Maar dit lukt Karel niet.
Als Karel ouder wordt, wil hij meer rust. Daarom zoekt hij een vaste plek om te wonen. Dat wordt Aken, een oude Duitse stad, in het midden van het rijk van Karel. Dat is handig!
Karel laat zijn paleis in Aken bouwen naar het voorbeeld van gebouwen die hij in Rome gezien heeft. Om het te versieren, laat Karel zelfs marmeren beelden over de alpen naar Aken toebrengen. Van het paleis is niks meer over. Alleen de kapel staat er nog.
In die kapel ligt Karel begraven. In een gouden kist, prachtig bewerkt met afbeeldingen van andere koningen erop.
Karel wilde weten hoe de wereld in elkaar zat. Daarom nodigde hij geleerden uit heel Europa uit. Die vertelde over sterrenkunde, rekenen en talen. Zelf was Karel niet naar school geweest. Dat deed niemand in zijn tijd. Hij kon niet eens schrijven. Dat liet hij doen door monniken. Als keizer Karel een handtekening moest zetten onder een belangrijk papier, zette hij alleen twee lijntjes.
Karel kon dan zelf niet schrijven, hij heeft wel iets belangrijks gedaan. Hij liet de monniken een nieuwe letter ontwerpen. Een letter die simpel was om te schrijven en dus makkelijk leesbaar. Deze letters gebruiken we eigenlijk nog steeds.
Karel vond het belangrijk dat kinderen naar school gingen. Nou ja... jongens dan. Later zouden zij hem dan kunnen helpen bij het besturen van zijn rijk. Daarom liet hij scholen bouwen en monniken werden de meesters. Alles wat Karel belangrijk vond, liet hij opschrijven en bewaren in prachtige versierde boeken.
In 814 sterft Karel. Hij heeft bijna een halve eeuw over zijn rijk geregeerd. Sinds de Romeinen was het niemand meer gelukt om over zo'n groot rijk te regeren. Karel de Grote had over West-Europa geregeerd alsof hij een Romeinse keizer was. De mensen in zijn rijk voelden ook dat ze bij elkaar hoorden, in politiek en in godsdienst. En daarom noemen we hem Karel de Grote, de Vader van Europa.