1. Een kasteel heeft vaak een spietoren. Dit torentje zit hoog in het kasteel. Van hieruit kan de torenwachter zien of er bezoekers of aanvallers het kasteel naderen. Hij blaast op de hoorn om de kasteelbewoners te waarschuwen. Met een zandloper houdt hij de tijd bij en kan hij inschatten hoe ver de vijand nog weg is.
2. Voor een compleet harnas moest je tegen het einde van de Middeleeuwen ongeveer 75.000 euro betalen. Ridders waren dus vaak rijke landheren, want alleen hele rijke mensen konden zich zulke hoge bedragen uitgeven.
3. Toernooien waren in de Middeleeuwen erg populair. Het verhaal gaat dat in 1140 in de stad Lincoln in Engeland een toernooi werd gehouden. Iedereen ging er naar toe. De graaf van Chester wist dit en pakte zijn kans. Hij viel aan en veroverde de hele stad met maar drie soldaten!
4. De uitdrukking ´het heen en weer krijgen´ stamt uit de Middeleeuwen. Bij de openhaard stond de heen- en weer bank. Deze bank had een leuning die heen en weer geklapt kan worden. Zo kon men kiezen of men met de rug naar het vuur toe wilde zitten of juist andersom. Werd de ene kant te warm, dan werd de leuning omgeklapt om de andere te verwarmen. En zo ging dat steeds heen en weer. Totdat je er het heen en weer van kreeg.
5. Soms heeft een kasteel een kruittoren. In deze toren werd het kruit bewaard. Deze stond los van het kasteel, want als er iets mis ging en de boel zou ontploffen!
6. Schildknapen en pages moesten ervoor zorgen dat de wapenuitrusting van de ridder niet ging roesten. Zij poetsten en olieden de harnassen en de wapens van de ridder.