Ieder geloof heeft haar eigen verhalen. Vaak zijn ze bedoeld om mensen een wijze les te leren, of te laten nadenken over het leven. Dat klinkt saai, maar veel van die verhalen zijn erg leuk om te lezen.
"Wat heb je ons aangedaan?" jammerden de Israëlieten tegen Mozes. Ze kampeerden bij de moerassen, tegen de Rietzee aan, en hadden de stofwolken in de verte gezien: de paarden en wagens. En de ruiters van Egypte.
Toen zei Mozes: "Nu komt het eropaan. Nu pas merken we dat het een nacht van leven en dood is. Kom mee!"
"Makkelijk gezegd. Waarheen? Vóór ons zijn de moerassen en de Rietzee en áchter ons de Egyptenaren. We zitten als ratten in de val", brulde een man wanhopig.
"Kom mee," zei Mozes, "zonder vertrouwen kom je nergens, zeker niet in het nieuwe land. God is als de wolken om ons heen." Ze trokken op en merkten dat ze in de buurt van de woestijn kwamen. Een harde woestijnwind joeg over het water. "Hier kunnen we lopen," zei Mozes. "Kijk, de wind blaast het water weg. Zo is er een pad door het water."
(Bron: Groeibijbel deel 3, SGO Uitgeverij Hoevelaken)
In het bijbelboek 'Exodus' vind je het verhaal over het joodse volk dat wegvlucht uit Egypte. Onder leiding van Mozes trekken ze door het water van de Rietzee en door de woestijn heen naar de vrijheid in het nieuwe land, het Beloofde Land. Dit verhaal is heel belangrijk in het jodendom. Ieder jaar met Pesach (joodse Pasen) wordt de herinnering aan deze bevrijding gevierd en opnieuw beleefd: van slavernij naar vrijheid, van dood naar leven, van donker naar licht.
Haman, alleen de naam al. De joden in het Perzische rijk huiverden als ze hem hoorden. Haman was nog een verre afstammeling van een volk dat in het verleden geprobeerd had Israël uit te roeien. Hij haatte de joden...
Dit is een klein stukje uit een spannend verhaal over het joodse meisje Ester, koningin geworden in het Perzische rijk. Maar de machtige Haman haat de joden. Hij gooit de dobbelsteen en het lot (poer) bepaalt dat op de 14e dag van de joodse maand Adar alle joden in het koninkrijk gedood moeten worden. Gelukkig weet Ester te voorkomen dat dit doorgaat. In plaats van de joden wordt nu Haman zelf gedood. Nog steeds viert het joodse volk ieder jaar feest op de 14e dag van de maand Adar, het Poerimfeest, het Loten-feest. Het lijkt op carnaval. Kinderen gaan verkleed als koningin of koning door de straten, dragen maskers en maken veel muziek en lawaai. Het verhaal van Ester wordt voorgelezen. Iedere keer als de naam Haman klinkt, stampen de kinderen op de grond en maken lawaai met ratels.
Het is 31 oktober 1517. Een man in monnikspij loopt naar de slotkerk in het Duitse stadje Wittenberg. Met enkele slagen spijkert hij een pamflet op de deur van de katholieke kerk. Het is groot stuk papier want de man heeft veel te vertellen. Maar liefst 95 punten waarover hij zich kwaad maakt. Sinds die tijd herdenken mensen die datum als Hervormingsdag. Hoe de monnik heette, wil je weten? Maarten Luther was zijn naam...
Er werden wel meer berichten op kerkdeuren gespijkerd in die tijd. Maar het papier van Luther was heel bijzonder. Luther protesteerde tegen de gang van zaken in de katholieke kerk. Veel leiders van de katholieke kerk, kardinalen en bisschoppen, gedroegen zich in die tijd als machtige heersers en zorgden ervoor dat ze zelf rijk genoeg waren. En zo waren er meer dingen mis in de katholieke kerk. Daartegen protesteerden Maarten Luther en anderen: zij werden protestanten genoemd. Die periode heet de Reformatie. Zo ontstonden verschillende protestantse kerken zoals gereformeerden en hervormden.