Hier vind je nog meer verhalen over allerlei geloven.
Dit verhaal speelt bijna tweeduizend jaar geleden in Israël. Jezus van Nazaret neemt afscheid van zijn leerlingen. Nog éénmaal viert hij het avondmaal met hen. Een laatste avondmaal want Jezus weet dat hij binnenkort gevangen genomen wordt. Jezus deelt brood en wijn met zijn vrienden, zoals hij heel zijn leven alles gedeeld heeft met anderen. De christenen herdenken dit delen van brood en wijn tot op de dag van vandaag. De protestantse kerken doen dit in de vorm van de avondmaalsviering, de katholieke kerk in de vorm van de eucharistieviering.
Het brood in de katholieke eucharistie is een speciaal gebakken schijfje dat 'hostie' wordt genoemd. De meeste katholieke kinderen ontvangen voor het eerst deze hostie als ze ongeveer 8 jaar zijn. Dit feestelijke moment heet de eerste heilige communie.
Heel lang geleden leefde in India de prins Prahlad. Leefde hij ook gelukkig? Waarschijnlijk niet want zijn vader, de koning, regeerde op een wrede manier. De koning vond zichzelf zo belangrijk als een god. En iedereen, die daar anders over dacht, liet hij folteren. Zijn zoon prins Prahlad was dapper en weigerde zijn vader als god te vereren. Nu had de koning een zus, die net zo erg was als hijzelf. Holika was haar naam. Zij wilde het eigenwijze prinsje op een brandstapel doden maar gelukkig verhinderden de goden dit boze plan. Ieder jaar met het Holi-feest wordt een groot vuur aangestoken. Daarin wordt een pop verbrand die aan de boze heks Holika herinnert. Het goede overwint opnieuw het kwaad!
Het verhaal gaat dat ongeveer 2500 jaar geleden een prins geboren werd, genaamd Gautama. Hij groeide op aan het hof en had een heerlijk onbezorgd leven. Maar prins Gautama wilde méér zien van het leven. De koning gaf zijn zoon toestemming om vier ritten buiten het paleis te maken. Tijdens die ritten zag Gautama hoe hard en zwaar het leven in werkelijkheid kan zijn. Hij ontmoette een man, versleten door de ouderdom. Hij sprak een zieke man met veel pijn. En hij zag een begrafenis. Tijdens de vierde rit ontmoette hij een eenvoudige bedelmonnik. Daarop besloot de prins om ook zelf als monnik te gaan leven. Toen hij later de zin van alle lijden inzag, werd hij een 'boeddha', een verlichte.
Het was laat geworden met werken. Uitgerekend nu de hodja voor een feestje was uitgenodigd. 'Nu ja,' dacht de hodja, 'beter op tijd in mijn werkkleding dan te laat in mijn goede pak.' En zo kwam de hodja in zijn stoffige werkjas de feestzaal binnen. Maar niemand gaf hem een hand. Niemand begroette hem of bood hem een stoel aan. De hodja was eerst verbaasd en toen boos. Zwijgend verliet hij de zaal, ging naar huis en trok zijn beste jas aan. Zo keerde hij terug in de feestzaal. Onmiddellijk kwam de heer van het feest naar hem toe en gaf hem de beste plaats aan tafel. Een bediende schepte het bord van de hodja vol met taart en andere lekkere hapjes. Overal klonk het 'Bismillah' en toen begon iedereen te eten. Behalve de hodja. Hij pakte een stuk taart en stopte dat in de zak van zijn jas. Het werd ineens muisstil aan tafel. "Wat doet u nu?" vroeg de gastheer. "Och," zei de hodja, "ik wist niet dat een jas kon eten maar sinds vanavond weet ik dat wel. Toen ik straks in mijn werkkleding hier binnenkwam, was er niemand om mij te begroeten. Nu ik in mijn beste jas kom, is iedereen vriendelijk. Ook geeft u mij de lekkerste lekkernijen uit uw keuken. Ik denk dus: blijkbaar is de jas uitgenodigd en niet de hodja die erin zit!"
In deze en vele andere verhalen uit de islam speelt de hodja, een godsdienstleraar, een hoofdrol. Het verhaal leert onder andere hoe belangrijk oprechte gastvrijheid voor de moslim is.