Ieder geloof heeft zo haar eigen regels die nageleefd moeten worden. Wat vinden de verschillende geloven nu belangrijk in het leven?
In sommige joodse huizen zie je iets opvallends: je vindt daar als het ware twéé keukens! Twee aanrechten, bijvoorbeeld. Eentje voor alle melkgerechten en eentje voor vleesgerechten. Ook de koelkast heeft twéé gescheiden afdelingen en er moeten aparte serviezen gebruikt worden. Melk en vlees moeten gescheiden blijven: dat is één van de voedselvoorschriften in het jodendom. Eten volgens de joodse regels betekent: koosjer eten, zuiver eten. Als er nog bloed in het vlees zit, is dat bijvoorbeeld niet koosjer. En schapenvlees is wél koosjer maar varkensvlees weer niet. Deze regels komen voort uit de tora en hebben te maken met respect voor God en het leven. Bovendien kunnen joden elkaar als gemeenschap herkennen door zich aan deze regels te houden, zelfs aan de kleinste voedselvoorschriften.
Wil je leven volgens de islam, dan zijn vijf regels heel erg belangrijk. Iedere moslim kent ze.
De eerste regel is dat je vijf keer per dag bidt. Daarbij richt je je tot Mekka, de heilige stad.
De tweede regel: je moet de geloofsbelijdenis opzeggen: 'Er is maar één God en dat is Allah'.
De derde regel: je moet geld geven aan de armen, zij zijn van jou afhankelijk.
De vierde regel: tenminste één keer in je leven moet je een bedevaart maken naar de heilige stad Mekka.
De vijfde regel: je zult vasten gedurende de maand ramadan. Dat betekent: niet eten of drinken zolang de zon schijnt. Dat is erg zwaar als de ramadan in de zomer valt!
Deze vijf regels worden ook wel de Vijf Zuilen genoemd. Het zijn als het ware de grote pilaren waarop het geloof van de islam als een stevig huis gebouwd is.
Het woord 'eerbied' is erg belangrijk in het leven van de Hindoe. Dat merk je ook aan de leefregels in het hindoeïsme. Uit eerbied voor de natuur en in het bijzonder de dieren eten ze geen vlees (vegetariër). En zeker geen vlees van koeien uit respect voor dit dier. Eerbied voor de medemens betekent: nooit stelen, niemand doden en jezelf beheersen. Dat laatste heeft ook te maken met respect voor jezelf: de Hindoe drinkt geen alcohol en zal regelmatig vasten. Om zijn lichaam én zijn geest zuiver en schoon te houden, probeert de Hindoe twee keer per dag te baden. Door respect te tonen voor zichzelf, voor andere mensen en voor héél de natuur tonen Hindoes dat ze eerbied hebben voor God die in alles wat leeft aanwezig is.
Wil je de belangrijkste leefregel in het Boeddhisme een beetje begrijpen? Lees dan het volgende verhaal over de aap.
In de bergen van de Himalaya zet een jager een val op voor een aap. Vlakbij het apenpad giet hij een emmer plakkerige pek uit. De meeste apen zijn slim en niet begerig: ze zien de zwarte pek maar lopen door. Maar de aap die dom is en uit begeerte alles wil hebben, steekt zijn hand uit naar de pek. Die hand blijft plakken. Met de andere hand duwt de aap nu de pek weg. Maar ook die hand blijft plakken. Om zijn handen los te maken, gebruikt de aap zijn voet. Maar je snapt het al: ook de voet blijft vastzitten. Tenslotte gebruikt de aap zijn snuit. Nu zit hij op vijf manieren vast en is een gemakkelijke prooi voor de jager!
Het verhaal over de aap is het verhaal over een belangrijke leefregel in het Boeddhisme: je moet jezelf en anderen niet ongelukkig maken door de begeerte. Van daaruit kent het Boeddhisme nog vele andere leefregels zoals: respecteren van ieder ander levend wezen (zelfs een insect), niet handelen in wapens of vergif, niet liegen, geen verdovende middelen gebruiken, nastreven van vrede, kwade gedachten overwinnen en goede gedachten laten opkomen. Vooral geweldloosheid is erg belangrijk. Het Boeddhisme vat dergelijke leefregels samen in het Wiel der Wet: een cirkel met acht stappen op weg naar een gelukkiger leven.
Het Christendom is genoemd naar Jezus van Nazaret, die door zijn volgelingen de Christus werd genoemd. Jezus zelf was een Jood. Tijdens zijn leven spraken zijn leerlingen hem vaak aan als 'rabbi', dat betekent: meester. Wat leert deze rabbi aan zijn leerlingen? Natuurlijk de joodse wet, zoals die in de joodse bijbelboeken staat beschreven. Onder andere de Tien Geboden, over eerbied voor God, niemand doden, niet liegen of stelen. In zijn evangelieboek over Jezus vertelt Matteüs dat de mensen zich afvragen: 'Wat is nu het meest belangrijke van al die geboden?' En Jezus geeft als antwoord: 'Dat alles doe je als je God liefhebt met heel je hart en ziel en verstand. En net zo belangrijk is: heb je naaste lief als jezelf.' Deze twee regels vormen samen de belangrijkste leefregel voor alle Christenen. God liefhebben doe je met gevoel maar óók met verstand; behandel je medemens zoals je zelf behandeld wil worden.