Veel vormen van geloof hebben wel ideeën over bidden. Mensen bidden meestal om zich tot hun godheid te richten. Maar veel geloven doen dat op hun eigen manier.
Moskeeën, tempels, synagogen en kerken zijn huizen waar mensen bij elkaar komen om te bidden. Je kunt er de stilte opzoeken en je zelf in je gebed tot God richten. Als er samen gebeden wordt in een viering is er meestal iemand die voorgaat. In de protestantse kerken heet zo’n voorganger dominee. Dat is Latijn en betekent 'heer van het huis'. Maar dat betekent niet dat alleen mannen voorganger of predikant kunnen worden! In veel protestantse kerken kom je ook een vrouwelijke dominee tegen. In de katholieke kerk heet de voorganger pastor. Dat is Latijn voor 'herder'. Vaak is de pastor een gewijde priester: die heeft beloofd niet te trouwen. Wist je dat in de katholieke kerk vrouwen wel pastor maar geen priester kunnen worden? In de moskee is een imam de voorganger en in een joodse synagoge doet de rabbijn dit. De meeste geloven hebben zo wel een priester die de diensten leidt.
'O God,
leid mij,
bescherm mij;
verlicht de lamp van mijn hart
en maak mij een schitterende ster.
Gij zijt de machtige en krachtige.'
Een kort gebed dat veel kinderen van het Bahá'í-geloof kennen. Bahá'ís zijn volgelingen van Bahá'u'lláh. De eerste Bahá'ís kwamen voort uit de islam, maar Bahai is géén vorm van islam. Bahá'ís geloven dat alle religies uiteindelijk van dezelfde God komen. Bidden is zich God herinneren en dat kan op alle momenten in je leven. Daarvoor heb je geen speciale voorganger nodig. Ook werken kan bidden zijn. Als je bijvoorbeeld je huiswerk maakt of een muziekstuk uitvoert en je doet dat zo goed mogelijk en je draagt het op aan andere mensen. In dit leven, zo gelooft de Bahá'í, leren we vriendelijkheid, eerlijkheid en verdraagzaamheid. Als je dat nu niet leert dan zul je in het hiernamaals spijt hebben.
In de katholieke kerk wordt er regelmatig gebeden en gezongen in een vreemde taal, het Latijn. Dat komt omdat de katholieke eredienst ontstond vanuit de christengemeente in Rome. De leider van de katholieke kerk, de paus, woont nog steeds in Rome. Rond 600 na Christus was er een paus met de naam Gregorius de Grote. Hij zorgde voor koren die eenstemmig zongen zonder instrumentale begeleiding. Deze melodieën worden nog steeds gezongen en heten Gregoriaans. Later kwamen er orgels in de kerken om de zang te begeleiden. Een componist als Bach maakte in de 18e eeuw honderden prachtige muziekstukken voor orgel en koor.
'Allah is groot, Allah is groot.
Ik getuig dat er geen andere God dan Allah is.'
Zo beginnen de gebeden die iedere moslim vijf keer per dag zal bidden. Dat kan eigenlijk overal, ook tijdens het werk. Hoe je moet bidden leer je als kind in de koransschool. De gelovige moslim doet zijn schoenen uit, voert de rituele wassing uit, knielt op een gebedsmatje en bidt met het gezicht richting Mekka. Daar ligt het heiligdom, de Ka'aba. De oproep om te bidden klinkt vijfmaal per dag vanaf de minaret, een toren aan de moskee. Je leert ook dat je op vrijdag verplicht bent om samen met de andere moslims bijeen te komen en te bidden in de moskee. Wil je een persoonlijk gebed bidden, dan kun je als moslim de 99 namen voor Allah bidden. Deze namen, zoals de Barmhartige en de Rechtvaardige, staan in de koran. Bij het bidden kun je een kralensnoer als hulpmiddel gebruiken.
Al aan de voordeur van een joods huis merk je dat het gebed heel belangrijk is voor de bewoners. Aan de deurpost hangt een mezoeza, een klein kokertje. Daarin zit een stukje perkament met teksten uit de tora. Voor het bidden bindt de jood drie riempjes (tefillien) om de linkerarm en het hoofd. In die riempjes zitten ook weer stukjes perkament met teksten uit de tora. Tijdens het gebed komen de woorden van de tora op die manier dichtbij het hart en het hoofd. Uit respect bij het uitspreken van de naam van God dragen de mannen een hoofddeksel, een keppeltje.