Veel religie wordt bedreven in speciale gebouwen, bijvoorbeeld een moskee of een kerk. Ieder geloof doet het weer anders.
Het hindoeïsme kent vele goden. Ze hebben prachtige namen zoals Ganesj of Shakti. Toch is er in het hindoeïsme maar één Allerhoogste Wezen: de god Brahman. De god Brahman schept de wereld nieuw, de god Visjnoe houdt alles in stand en de god Shiva vernietigt alles weer.
Een hindoe kan thuis bidden bij het huisaltaar of in de tempel. Bij het binnengaan van de tempel doe je je schoenen uit en luid je de klok. Iedere hindoetempel is gewijd aan één god in het bijzonder. Het beeld van die god staat in het binnenste heiligdom van de tempel. Je geeft bloemen, vruchten en water als offer. Je bidt tot de godheid om gezondheid, vrede en geluk.
De moskee neemt een belangrijke plaats in in het leven van de moslim. Je gaat er heen om te bidden en te luisteren naar de uitleg over de koran, het heilig boek. De moskee is ook een goede gelegenheid om elkaar te ontmoeten. En vaak vind je bij de moskee ook de koranschool waar kinderen de koran leren lezen.
Vanaf de minaret, de toren bij de moskee, klinkt de oproep tot gebed. Voordat je de gebedsruimte binnengaat, doe je eerst je schoenen uit. Ook zul je de rituele wassing doen. De geestelijke leider van de moskee heet imam. Vanaf een spreekgestoelte, de mimbar, geeft hij uitleg over de koran. De spreekstoel heeft drie treden. De imam spreekt vanaf de 2e trede. Dat is uit respect voor de profeet Mohammed want voor hem is de hoogste trede gereserveerd! Waar ter wereld ook een moskee wordt gebouwd, hij zal altijd gericht zijn op de stad Mekka. Dat kun je zien aan de muur, waarin een nis (mihrab) zit.
In het Romeinse rijk worden de christenen vervolgd, omdat ze de Romeinse keizer niet willen vereren. Zo komen ze in de stad Rome voor hun vieringen in het geheim bijeen in ondergrondse begraafplaatsen: catacomben. Dat zijn de eerste kerken. Deze christenen blijven geloven dat het goede het wint van het kwade, dat het licht het wint van het donker. Daarom bouwen christenen hun kerken nog steeds zó dat deze naar het oosten wijzen. Daar komt immers de zon op. Op heel veel kerktorens zie je ook een haan. Die kraait als het daglicht het wint van de duisternis.
Doopvont
In een protestantse of katholieke kerk zul je beslist een doopvont tegenkomen. Vaak is het een waterbekken op een grote stenen voet. Gedoopt worden is eigenlijk: ondergedompeld worden in het water. Zoals ooit Jezus van Nazaret door Johannes de Doper ondergedompeld werd in het water van de rivier de Jordaan. Gedoopt is: als nieuwe mens uit het water tevoorschijn komen.
Nog steeds laten christenen zich dopen als teken dat ze bij de kerk van Jezus willen horen. In ons land is dat meestal een keuze van de ouders: zij laten hun baby dopen. De dominee of priester giet enkele druppels water over het hoofd van het kind en spreekt daarbij diens doopnamen uit. Ter herinnering krijgt de nieuw gedoopte christen een doopkaars mee. Die verwijst naar Jezus, het Licht van de wereld.
Joden vieren hun geloof thuis èn in de synagoge. De rabbijn leidt de dienst. Er wordt gezongen en gebeden. Heel belangrijk is het voorlezen uit de tora, de bijbelboeken. Dat voorlezen gebeurt vanaf een speciale verhoogde plek in de synagoge: de biema. Eigenlijk bestaat de tora uit verschillende boekrollen: alle bladzijden zijn aan elkaar vastgemaakt en worden op twee stokken opgerold. Die torarollen worden bewaard in een bijzondere kast, de Ark van het Verbond. De muur, waar deze Ark tegenaan staat, wijst in de richting van Jeruzalem. In die stad stond ooit de grote tempel van het joodse volk. Voor de Ark brandt altijd een lampje, Ner Tamid, het eeuwig licht. Omdat de woorden van de tora de woorden van God zijn: ze geven je licht op je levenspad zoals een lamp schijnt voor je voeten.