We voelen met onze huid. In de huid zitten zenuwcellen, die we ook wel tastzintuigen noemen.
Maar niet ieder stukje van je huid is even gevoelig. Dat ligt aan de hoeveelheid cellen die in de verschillende stukjes huid zitten. Probeer met de volgende proefjes eens uit hoe goed jij kunt voelen.
Waar is je huid het gevoeligst?
Benodigdheden: blinddoek en twee puntige voorwerpen, bijvoorbeeld cocktailprikkers.
Zintuigcellen zijn ongelijk verdeeld over je lijf. In je lippen en vingertoppen zitten meer cellen dan op je buik, rug of arm en ze zitten ook veel dichter bij elkaar. Daardoor kun je met je vingers heel goed voelen en voel je met je lippen eerder pijn dan bijvoorbeeld met je buik. Dat kun je ook testen.
Geef iemand met een blinddoek voor prikjes met één of twee puntige voorwerpen. Als je met twee voorwerpen prikt, doe dat dan tegelijkertijd en ongeveer een centimeter uit elkaar. (Wel voorzichtig natuurlijk, niet expres heel erg pijn doen!) De testpersoon met de blinddoek zal op de vingertoppen en lippen heel duidelijk één of twee prikjes voelen, terwijl hij bijvoorbeeld of de rug of buik het verschil tussen één of twee prikjes niet zal voelen en iedere keer zal zeggen 'één prik'.
Prik daarna op de lippen of vingertoppen met twee puntige voorwerpen, maar steeds dichter bij elkaar dan 1 cm. Wanneer voel je nu maar één prik in plaats van twee? Hoe ver staan dan de puntjes uit elkaar?
Benodigdheden: drie bakken met water; één bak warm (niet te heet!), één bak koud en één bak lauw water
Stop één hand in de bak met koud water en één hand in de bak met warm water. Voel je duidelijk welke bak warm water bevat en welke koud?
Stop na een minuut allebei je handen in de bak lauw water. Hoe voelt dat voor de hand die uit het koude water kwam? En hoe voelt het voor de hand die uit het warme water kwam?
Je gevoel 'went' aan een bepaalde temperatuur en voelt daarna ineens verschil. In een bak water van dezelfde temperatuur voelt het voor je beide handen toch heel anders!
Benodigdheden: een blinddoek
Doe iemand een blinddoek om en laat hem zijn arm op tafel leggen met de onderarm naar boven en de hand open. Kriebel in de hand en vraag of je proefpersoon kan aangeven wáár in de hand je aan het kriebelen bent. Kriebel nu langzaam richting elleboog en vraag de proefpersoon 'Stop' te zeggen, als je in de elleboog aangekomen bent. Zegt je proefpersoon te vroeg, op tijd of te laat 'Stop'?
Omdat er in je hand veel zintuigcellen dicht bij elkaar zitten, kun je daar heel precies aangeven waar iemand je kriebelt. In je arm zitten er veel minder. Sommige zintuigcellen moeten wel een gebied van meer dan 3 cm voelen en kunnen daarom veel minder precies aangeven waar ze gekriebelt worden. Waarschijnlijk zal je proefpersoon daarom te vroeg 'Stop' zeggen.
Benodigdheden: een ondoorzichtige tas (of doos) en allemaal voorwerpen die heel verschillend aanvoelen. Denk aan ruw, glad, zacht, hard, warm, koud of elastisch.
Stop een voorwerp in de tas, zonder dat je proefpersoon ziet wat het is. Laat hem zonder te kijken zijn hand in de tas steken om aan het voorwerp te kunnen voelen. Kan je testpersoon beschrijven wat hij voelt? En kan hij zeggen wat voor voorwerp het is? Herhaal dit met andere voorwerpen. Probeer hetzelfde ook eens met een blote voet in de tas. Waarmee voel je beter, duidelijker, met je hand of met je voet?