Nederland ligt onder de zeespiegel en is daarom een gemakkelijke prooi voor het wassende water. Tenminste, dat wat het. Na de watersnoodramp van 1953 werden er direct maatregelen genomen, zodat het niet meer kon voorkomen.
Het stormde vreselijk op 31 januari 1953. Maar de mensen in Zeeland waren wel wat gewend. Omdat ze bij de zee woonden, waaide het toch al meer en harder dan gemiddeld. Daarom gingen de meeste mensen gewoon rustig naar bed. Maar toen midden in de nacht de storm erger en erger werd, werden de inwoners van Zeeland overvallen door een zware springvloed.
Hulp langzaam op gang
De golven waren zo hoog dat veel dijken in Nederland het begaven. Grote gebieden in Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland overstroomden. Pas toen het licht werd konden mensen uit het rampgebied proberen andere mensen te helpen. Omdat het zondag was en omdat alle verbindingen zoals telefoonlijnen waren uitgevallen, kwam de hulp uit de rest van het land langzaam op gang.
Toen er ook hulp uit het buitenland kwam, werden veel mensen die nog op de daken en zolders zaten gered. De slachtoffers werden naar cafés, jeugdherbergen, scholen en kerken gebracht. In de weken na de Ramp, werd er een 'Nationaal Rampenfonds' opgericht, waarin bijna 64 miljoen euro werd gestort. Het Rode Kruis zamelde kleding en dekens in. En ook het buitenland gaf voedsel en goederen om de slachtoffers te helpen.
Oorzaken en gevolgen van de watersnoodramp
Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) werden veel dijken in Nederland beschadigd. Na de oorlog werd er weinig gedaan om deze dijken te herstellen. Nederland had het te druk met de 'wederopbouw'. Bruggen, wegen en fabrieken waren bijna allemaal vernield en locomotieven, wagons en vele machines waren kapot of gestolen. Het kostte veel tijd en geld om dit allemaal weer op orde te brengen. Aan de dijken waren ze nog niet toegekomen. Toen in de nacht van 1 februari het water enorm steeg, braken deze dan ook door of zakten ineen.
Er verdronken 1835 mensen bij de watersnoodramp. Ook duizenden dieren zoals koeien, varkens en paarden konden niet meer gered worden. Bij elkaar moesten meer dan 72.000 mensen tijdelijk verhuizen. Dit kwam omdat duizenden huizen, boerderijen en andere gebouwen helemaal verwoest of zwaar beschadigd waren. Ook de boeren kregen het zwaar. Door al het zoute water duurde het erg lang voordat ze weer een normale oogst hadden.
Dijkherstel
Direct na de Ramp werd begonnen met het repareren van de dijken. In het begin gebeurde dit met zandzakken. Maar al gauw stuurde de regering tractoren en andere moderne machines. Nadat een dijk was gedicht, werd het gebied erachter drooggemalen en opgeruimd. In april 1953 waren nog elf dijken niet gedicht. Op 6 november, 7 maanden na de Ramp, werd het laatste gat bij Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland gesloten.
Deltawerken
Lang voor de watersnoodramp van 1953 hadden dijkenbouwers het zogenaamde 'Deltaplan' bedacht. Dat was een plan om de zeearmen in Zuidwest-Nederland af te sluiten. Dat plan was nooit uitgevoerd, maar na de Ramp werd er haast achter gezet. Het ene zeegat na het andere werd met dammen gedicht en alle dijken langs de Nederlandse kust werden opgehoogd. Door de Deltawerken is de kans op een watersnoodramp veel en veel kleiner geworden.
Andere watersnoodrampen
- Eerste Kerstdag 1277: Noord-Nederland wordt getroffen door een grote overstroming. De zee dringt diep het land in en Nederland raakt hierdoor grote gebieden kwijt.
- 19 november 1421: de St.Elisabethsvloed zorgt ervoor dat de Grote Waard bij Dordrecht onder water komt te staan. Twintig dorpen verdwijnen. Een legende vertelt ons dat tijdens deze overstroming een kat het leven van een baby redde door op haar wiegje heen en weer te lopen zodat die niet zou omslaan.
- 1 november 1570: Nederland wordt getroffen door een hele grote watersnoodramp, de Allerheiligenvloed. In Zeeland komen 3000 mensen om, in Friesland 20.000 en in Groningen 9000.
- Kerstmis 1717: bij een stormvloed komen in Groningen en Friesland zo'n 5000 mensen om.
- 22 november 1776: grote delen van Overijssel en Noord-Utrecht overstromen.
- Januari 1916: op veel plaatsen in Noord-Holland, Gelderland en Overijssel breken de dijken door.
