Het Europese kostenplaatje voor landbouwproductie ligt hoger dan die van de meeste landen in de rest van de wereld. Hoe komt dat?
Als je de Europese landbouw vergelijkt met landbouw buiten de Europese Unie, zul je zien dat landbouw hier erg duur is. Dat komt door onder andere door de hoge producteisen die de Europese Unie stelt aan de landbouw. Hierdoor moet er op een andere manier (milieuvriendelijker) gewerkt worden dan in het buitenland gebeurt.
Kleinschaligheid
De relatieve kleinschaligheid is een andere kostenpost. Als je in het buitenland kijkt zie je vaak dat de landbouw veel grootser wordt aangepakt. Omdat daar in Europa op veel plaatsen geen ruimte voor is, wordt daar geld op verloren. Als laatste punt worden er in Europa vaak inefficiënte productieprocessen gebruikt. Te oud materieel kan daarvoor zorgen.
Concurrentie
Hierdoor is het niet makkelijk om te concurreren op de wereldmarkt. Buitenlandse landbouwproducten zijn simpelweg goedkoper. Als de producten vrij op de EU-markt te verkrijgen zouden zijn, zouden ze de EU-boeren zonder meer wegconcurreren.
Subsidies
De Europese Unie probeerde door middel van het protectionistische gemeenschappelijke landbouwbeleid deze onbalans op te heffen. EU-boeren kregen exportsubsidies om op de wereldmarkt te kunnen concurreren.
Invoerheffingen
Een andere manier om meer 'gelijkheid' te creëren zijn invoerheffingen. Boeren van buiten de EU moesten deze heffingen betalen om op de EU-markt te mogen handelen.
Gevolg:
- de EU-boer heeft bestaansrecht
- de EU-boer heeft een gegarandeerd inkomen
- de EU kan zichzelf verzorgen
- de EU kan concurreren op de wereldmarkt
Terugdraaien
Omdat de kosten voor landbouw de pan uit reizen en de 'oneerlijke concurrentie' steeds meer kritiek krijgt heeft de EU besloten de landbouwsubsidies langzaam terug te draaien. Dit tot groot ongenoegen van de Europese boeren.
