Peru is een land aan de westkust van Zuid-Amerika. Vroeger vormde het de kern van het machtige Incarijk dat zich uitstrekte van het huidige Ecuador tot in Noord-Chili. Maar dat veranderde toen de Spanjaarden Peru ontdekten.
Al spoedig kwamen er veel Spanjaarden naar het land. Eerst om te handelen, maar later om Peru te veroveren en als wingewest in te lijven bij het Spaanse rijk.
Koloniale tijd
Kleine boeren werden door de Spanjaarden gedwongen om allerlei tropische gewassen te verbouwen. Die producten werden dan tegen geringe vergoeding opgekocht, naar Europa vervoerd en daar met grote winst verkocht. Ook namen de Spanjaarden het land van kleine boeren af om er grote landbouwplantages te stichten. De boeren die nu geen land meer hadden, konden tegen lage lonen op de plantages komen werken.
Onafhankelijkheid
In 1821 werd Peru een onafhankelijk land. Toch veranderde er voor de meeste Peruanen niet veel. De grond die de Spaanse bezetters zich hadden toegeëigend, kwam nu in handen van een kleine groep Peruaanse grootgrondbezitters. Samen met hoge regeringsfunctionarissen en legercommandanten gingen ze in Peru de dienst uitmaken. Omdat ze hun machtspositie wilden behouden, was het niet in hun belang nieuwe ontwikkelingen in gang te zetten.
Tegenstelling
Tegenover de kleine groep grootgrondbezitters staan vele kleine boeren die slechts een klein lapje grond bezitten. Het levert hen mede door de lage prijs die ze voor hun producten krijgen nauwelijks genoeg op om het hoofd boven water te houden. Hoe dit rechtvaardiger kan, zien we in de omgeving van Piura in Noord-Peru. Zo'n vierhonderd boeren hebben zich verenigd in een landbouwcoöperatie. Met hulp vanuit Nederland worden hun biologisch geteelde bananen nu uitgevoerd naar Europa en daar voor een eerlijke prijs in de winkels aangeboden.
