Sinds 2003 woedt er een prijsoorlog tussen de supermarktketens in Nederland. In navolging van Albert Heijn hebben de andere supermarkten hun prijzen verlaagd.
Het verlagen van de prijzen is in een aantal stappen gedaan. Deze prijsverlagingen hebben negatieve effecten op de omzet en het personeel. Maar er is ook een positief effect. Door de lagere prijzen is kan de inflatie lager zijn en dat voelt de consument in de portemonnee.
Concurrentie
In een prijsoorlog proberen bedrijven strategisch gedrag te vertonen. Dit kan zich uiten in: kartelafspraken maken of verkopen beneden de kostprijs. Het eerste is verboden. Er moet dus geconcurreerd worden. Een van de voordelen hiervan is de neerwaartse druk op de prijzen. Er zijn echter omstandigheden waarin de prijzen zo laag worden dat de bedrijven de markt verlaten of afzien van toetreding. In dat geval kan er sprake zijn van roofgedrag (predatory pricing).
Prijsoorlog
Op een bepaald tijdstip begint het roofdier een prijsoorlog. Dit moment wordt t0 genoemd. Het roofdier is in deze oorlog Albert Heijn. De oorlog stopt op een bepaald moment weer. Dat tijdstip is t1. Na deze periode treedt er winst op. Daarvoor moet het roofdier eerst het verlies nemen. Bij de supermarkten is sprake van een oligopolie. De markt bestaat uit enkele grote spelers en Albert Heijn is de marktleider. Het probleem is echter of de supermarkten de periode van verlies weten te compenseren na een prijsoorlog.
De NMa
De NMa houdt toezicht op de marktmacht en heeft de middelen om de macht te beperken. De vraag is Albert Heijn te veel marktmacht heeft. De Albert Heijn kan namelijk de prijzen opleggen aan de andere fabrikanten. Toch stelt de NMa dat er geen sprake is van machtsmisbruik.
Oligopolie
Supermarkten hebben een grote economische betekenis. Samen zorgen ze voor bijna 110000 banen. Zo op eerste gezicht lijken er veel verschillende spelers te zijn. Maar schijn bedriegt. Veel formules zijn onderdeel van hetzelfde concern. Bijvoorbeeld: Ahold is eigenaar van Albert Heijn en C1000. Van de totale markt heeft AH een aandeel van 25% en C1000 van 15%. De Superunie heeft een aandeel van 25%.
Afzet
Een supermarkt houdt bij het vaststellen van de prijzen rekening met de gevolgen voor de afzet en de omzet. Het doel van de prijsverlagingen is extra klanten trekken. Hierdoor stijgt de afzet. Als gevolg van de dalende omzet wordt de concurrentie heviger. Het voeren van een prijsoorlog gaat in een aantal rondes. Met iedere verlaging wordt geprobeerd de afzet te verhogen tot uiteindelijk een nieuw evenwicht zal ontstaan.
Voordeel
De consument profiteert van deze prijsoorlog. De consument merkt het voordeel direct in de portemonnee. De dalende prijzen en dalende inflatie zorgen ervoor dat de consumenten meer geld overhouden over voor andere zaken. Maar er zijn ook nadelen. Het aanbod verschraalt door de hevige concurrentie.
