Bio-Bits VMBO: Voortplanting

Embryonale ontwikkeling

Hoe worden jongens jongens en meisjes meisjes?

Jongens en meisjes zien er in het begin van hun leven hetzelfde uit. In een embryo van enkele maanden zijn zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken te zien. Pas hierna ontstaan er echte verschillen.

De eerste verschillen zijn al ver voor de geboorte te zien. Jongens ontwikkelen inwendig al testikels. Deze liggen dan in de buikholten; bij de nieren. Daarnaast is een dubbel stel buizen te zien. Van hier uit worden later de spermacellen geproduceerd. Bij meisjes zie je dit niet.

Jongen

De testikels verlaten kort voor de geboorte de buikholte. Ze dalen af en komen in een huidplooi, het zogenaamde scrotum, terecht. Dit scrotum is – samen met de penis - al vanaf de vijfde maand herkenbaar. Vanaf de achtste maand is het overduidelijk, dat de baby een jongetje zal zijn.

Meisje

Bij het meisje ontwikkelen de vrouwelijke geslachtsorganen zich. De eileider, de baarmoeder en de vagina zijn al snel aanwezig. Tegelijk met de inwendige geslachtsorganen ontstaan de uitwendige geslachtskenmerken. De clitoris groeit al heel vroeg uit, en is uit hetzelfde weefsel ontstaan als de penis bij de man. Later nemen de schaamlippen in grootte toe.

In de eierstokken (ovaria) ontstaan al vroeg groepjes cellen, die een toekomstige eicel omsluiten (oöcyten). Wanneer een meisje wordt geboren, bevatten haar eierstokken al een groot aantal oöcyten, tussen de 100.000 en de 1.000.000.

Baarmoeder en eileiders

eicel en zaadcellen

De uterus (baarmoeder) ligt boven de blaas. Uit de uterus ontspringen links en rechts de eileiders, die uitmonden in een vingervormige trechter. De trechter ligt tegen een ovarium aan. Een rijpe eicel komt zo via de trechter in de eileider. De binnenwand van de eileider is bekleed met trilhaarcellen, die de eicel richting de uterus bewegen. Zo kan een eicel de uterus bereiken. In de uteruswand, kan zich een embryo innestelen.