Blaasmuziek, harmonie- en fanfareorkesten kennen een lange geschiedenis. In alle culturen vind je blaasinstrumenten, die soms functioneel zijn of worden gebruikt om rituelen kracht bij te zetten.
Maya priesters blazen in de richting van de vier windstreken diepe tonen uit grote een schelp. Aboriginals gebruiken de didgeridoo, een door termieten uitgeholde boomstam, om langgerekte oerklachten voort te brengen. Ook uitgeholde hoorns van runderen zijn gebruikt als blaasinstrument.
Eerste metalen trompetten
Rond 1400 voor Christus duiken voor het eerst metalen trompetten op, gemaakt door Egyptenaren. Omdat de techniek om metaal te buigen nog niet bekend was, is hun trompet niet meer dan een rechte, lange buis. De Romeinen gaan door op dit idee en ontwikkelden een Romeinse Tuba. Aangevuld met trommelaars staan de Romeinse blaasinstrumenten aan de basis van de eerste "militaire kapel".
Signalen
Legers hebben ook na de Romeinse tijd een impuls gegeven aan muzikale ontwikkelingen. Een trompet of trom is lange tijd het enige geschikte middel om een signaal snel over relatief grote afstand door te geven.
Oorlog
Als de Turken in de 15e eeuw Europa binnenvallen, brengt dat niet alleen een nieuwe oorlog met zich mee: de Turken blijken al heel ver met het musiceren in groepsverband. Ze maken gebruik van meerdere pijperfluiten die samen de melodie spelen. De begeleiding wordt verzorgd door trompetten en slagwerk, zoals pauken. De Zwitserse Infanterie neemt pijperfluiten en pauken over in haar orkesten. En naar Zwitsers voorbeeld hebben de instrumenten zich over Europa verspreid. Nieuwe technieken verbeteren de bestaande instrumenten waardoor het eenvoudiger wordt om in groepsverband te spelen. Muziek maken wordt zo voor meer mensen bereikbaar.
Harmonie
In Nederland zijn drie typen blaasorkesten: de harmonie, de fanfare en de brassband. Het verschil tussen deze orkesten zit in de bezetting. Een harmonie orkest heeft houten én koperen blaasinstrumenten en slagwerk. Soms worden er nog strijkbassen toegevoegd aan de harmonie. Een fanfare orkest heeft alleen saxofoons, koperblazers en slagwerk. Een brassband heeft alleen koperen blaasinstrumenten en slagwerk. De grootte varieert meestal tussen de 25 en 80 spelers.
Hout en koper
Houten blaasinstrumenten, of houtblazers, zijn de families van hobo, klarinet, fagot en doedelzak en de saxofoons. De koperblazers zijn families van hoorn, trompet, trombone, tuba en saxhoorn en de meeste fluiten. De saxofoonfamilie is een mengvorm Het verschil tussen houten- en koperen instrumenten zit gek genoeg niet in de eerste plaats in het materiaal waarvan het instrument is gemaakt, maar in de bouw en de manier van spelen.
De meeste houten blaasinstrumenten hebben een groot aantal gaten, die niet allemaal met de vingers af te dichten zijn. Daarom is er een kleppenmechaniek op de meeste instrumenten. Door middel van een hefboompje dat wel voor de vingers bereikbaar is, kun je gaten openen of sluiten die op een totaal andere plaats zitten. Het geluid kan op verschillende manieren ontstaan. Bij de fluit bijvoorbeeld gaat de lucht trillen door het tegen een scherpe rand te richten. Andere instrumenten zoals klarinet en hobo hebben een enkel of een dubbele riet dat voor het trillen van de lucht zorgt.
De koperen blaasinstrumenten kennen ook een lange ontwikkeling. Op de eerste exemplaren is maar een beperkte serie tonen te spelen. Deze instrumenten worden 'natuurlijke instrumenten' genoemd. Om de mogelijkheden uit te breiden zijn verschillende oplossingen ontstaan zoals de hoorn die beugels heeft van verschillende lengte, waardoor andere series tonen ontstaan. Ook het schuifsysteem van de trombone is een stap in de ontwikkeling naar meer toonmogelijkheden, maar de definitieve oplossing is de komst van ventielen, begin 19e eeuw. Deze uitvinding heeft grote gevolgen gehad voor de koperen blaasinstrumenten; er worden in die periode dan ook veel koperen blaasinstrumenten ontwikkeld. Tegenwoordig heeft een koperen blaasinstrument drie of vier ventielen. Door het indrukken van een ventiel wordt een buis ingeschakeld, en de toon lager. Elk ventiel schakelt een extra stukje buis in. Drie ventielen geeft dan zeven mogelijkheden.
Scherp en zacht
Koperen blaasinstrumenten zijn te verdelen in scherp koper en zacht koper, waarbij de termen 'scherp' en 'zacht' slaan op het soort geluid dat de instrumenten maken. De trompet en trombone horen bij het scherpe koper worden, de hoorn en de tuba tot het zachte koper. In een harmonie orkest gaat het er om dat deze toonkwaliteiten in evenwicht (harmonie) met zijn elkaar. Het scherpe mag het zachte niet overstemmen, maar kan door contrasten in toonsoorten het zachte juist versterken. Harmonie betekent ook: samenklank, eensgezindheid, goede verhouding. Deze harmonie behoor je terug te vinden in de opbouw van het orkest. Een trompettist is gemakkelijk in staat om bijvoorbeeld een klarinet te overstemmen. Vandaar dat een goed opgebouwd harmonieorkest veel meer klarinetten heeft dan bijvoorbeeld trompetten of saxofoons. Het gaat uiteindelijk om de klank van het gehele orkest en niet om de klank van de afzonderlijke instrumenten.
Concoursen
Een belangrijke stimulans in de ontwikkeling van veel harmonieorkesten is het deelnemen aan concoursen. Een keer in de vier jaar moet een orkest deelnemen aan concours. Dat is een soort wedstrijd waarbij de jury punten geeft. Het orkest moet dan zo goed mogelijk spelen. Er worden drie nummers gespeeld: een inspeelwerk om een beetje te wennen aan de zaal, een verplicht stuk die het orkest moet spelen en een keuzewerk die zelf uitgezocht mag worden. Er zijn zes categorieën of afdelingen: afdeling 3, 2, 1, Uitmuntend, Ere en Vaandel.
De opstelling
De naam harmonie orkest komt van het Franse l'harmonie waarmee de blaasinstrumenten van een symfonie orkest . Een symfonieorkest is een groot orkest dat doorgaans klassieke muziek speelt. Een symfonieorkest kent naast de koper- en houtblazers en het slagwerk nog een andere instrumentgroepen, ook wel ‘families’ genoemd: de strijkinstrumenten. Net als in een groot symfonie orkest, kent ook de Harmonie zijn vaste opstelling. Ieder instrument en instrumentgroep heeft zijn eigen plaats op het podium. Het orkest zit meestal in een halve cirkel, vaak in meerdere rijen, met de dirigent als het middelpunt zodat ieder orkestlid de dirigent goed kan zien. De solo instrumenten zitten altijd links van de dirigent. Aan de rechterkant zitten de lager gestemde dus grotere instrumenten zoals de saxofoons en tuba's. Het slagwerk staat helemaal achteraan op het podium.
