Het begrip ‘Musique Concrète’ werd in 1949 bedacht door de technicus Pierre Schaeffer. De Franse Schaeffer groeide op als zoon van 2 musici. Zijn persoonlijke achtergrond gecombineerd met zijn technische opleiding leidde er toe dat Schaeffer ging experimenteren met langspeelplaten. Hij speelde platen versneld of juist vertraagd af, of draaide ze achterstevoren.
Een bewerkte opname van treinen leidde in 1948 tot zijn eerste compositie, ‘Étude aux chemins de fer’. Toen Schaeffer in 1949 een studio met bandrecorder tot zijn beschikking kreeg kon hij nog vrijer experimenteren.
Experimenteel
De experimentele muzieksoort ‘Musique Concrète’ gebruikt alledaagse geluiden uit techniek en natuur om composities mee te maken. Het is ontstaan uit een verlangen om elektronische muziek te maken die echtheid en natuurlijkheid behield. Schaeffer gebruikte hiervoor technieken die nu nog steeds door dj’s worden gebruikt: de door hem gebruikte samples manipuleerde hij door middel van deformatie en transpositie; het aanbrengen van loops en het filteren van geluiden.
