Dans is waarschijnlijk zo oud als de mensheid. Veel dansen hadden te maken met de heersende landbouwcultuur en waren vaak religieus of ritueel van aard.
In de Middeleeuwen is het klimaat minder gunstig om dans tot ontwikkeling te laten komen. Het christendom keurt dans in het algemeen af, vanwege heidense associaties met zinnelijkheid en de duivel. Toch blijft de wereldse functie van dansen als vermaak en plezier bestaan.
Kunstvorm
In de Renaissance wordt dans verheven tot een kunstvorm. Deze dans heeft regels, vastgestelde passen met een voorgeschreven wijze van uitvoering. Juist daarom maakte het hofballet tijdens de regeringsperiode van Lodewijk XIV een grote bloei door. In de 17de eeuw is ook de belangstelling voor meetkunde belangrijk voor de ontwikkeling van het klassieke ballet. De vormgeving van bewegingen weerspiegelen de belangstelling voor perspectivische lijnen en geometrie.
Volledige theaterkunst
Rond 1700 wordt het ballet een volledige theaterkunst. Professionele dansers in openbare, burgerlijke theaters in de stad voeren de balletten uit. Dit zijn in het begin vooral mannen. Zij beheersen een virtuoze techniek van springen en draaien. In de tweede helft van de 18de eeuw ontstaat het handelingsballet. Voor het eerst in de geschiedenis van de theaterdans, is het ballet in staat om zelfstandig een verhaal uit te beelden. Het is een uitvoering zonder gesproken of gezongen tekst.
Romantiek
In de negentiende eeuw bekleedt de Romantiek een positie als belangrijkste stroming in alle kunsten. Het romantische levensgevoel komt tot uiting in de onderwerpen van het ballet: onmogelijke liefdes, verre landen en sprookjes. Ook de techniek wordt aangepast aan het karakter van de romantiek. Om de indruk van 'zwevende' danseressen te wekken, ontstaat de spitzen techniek. Ook de witte, halflange tutu als kostuum suggereert dat de danser een licht, bovennatuurlijk wezen is.
Vrouwelijke dansers
De rol van de mannelijke dansers beperkt zich in deze balletten veelal tot het ondersteunen van de schijnbaar gewichtloze, vrouwelijke danseressen. Het eerste romantische ballet is van de Italiaanse choreograaf Taglioni uit 1831. Het heet 'De Sylfide'. Een Sylfide is een gewichtloze sprookjesfiguur, een luchtgeest. Met haar spitzen en zeer gracieuze houdingen tart zij voortdurend de zwaartekracht.
Revolutionair
Voor de compositie 'le Sacre du Printemps' van Igor Stravinsky maakt de danser en choreograaf Niijnsky in 1913 een moderne en revolutionaire choreografie. In plaats van het suggereren van gewichtloosheid, wordt in het Sacre-ballet juist de zwaartekracht bevestigd. Dansers stampen en springen blootsvoets op het toneel. Het publiek reageert geschokt op zoveel primitieve kracht en verlangt terug naar de romantische sfeer van het klassieke ballet.
Nieuwe technieken
Modern-dance wordt de verzamelnaam voor nieuwe danstechnieken, waarin meer bewegingsmogelijkheden ontstaan voor individualiteit en expressie. Martha Graham is een danseres en choreografe, die een belangrijke impuls gaf aan deze ontwikkeling met haar 'contraction and release' techniek, gebaseerd op het uitbeelden van spanning en ontspanning.
