Beeldende kunst en architectuur ontwikkelen zich vaak parallel aan elkaar.
Tot de twintigste eeuw bepaalden vooral de waterschappen de inrichting van Nederland en werkten opdrachtgevers en architecten amper samen. Vanaf het begin van de twintigste eeuw komt er een planmatiger aanpak voor de uitbreiding van steden.
Bauhaus
In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw bestond het 'Bauhaus' in Duitsland. Walter Gropius, architect en directeur van het Bauhaus, werkte in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw met zijn studenten aan diverse bouwprojecten, zoals de lopende-bandwoningen.
De Stijl
In dezelfde periode ontstond in Nederland De Stijl. Geometrische basisvormen kenmerkten De Stijl alleen gebruikmakend van de primaire kleuren, zwart en wit. Alles was gericht op functionaliteit.
Snelbouw
In de architectuur creëerden materialen als gewapend beton en staal en het toepassen van skeletbouw, dat onder andere grotere raamoppervlakken mogelijk maakte, een nieuwe vormentaal. Het doel hiervan was om zo snel en goedkoop mogelijk geschikte woningen realiseren.
Woningtekort
Dit kwam doordat door de industriële revolutie de steden overvol raakten. Mensen van het platteland trokken naar de steden, omdat fabrieken zich daar vestigden. Er bestond een grotere vraag naar woonruimte dan het aanbod ervan.
Erbarmelijk
De omstandigheden waarin de mensen leefden, waren erbarmelijk. Rijke stadsbewoners stoorden zich aan de verwaarlozing van hun steden. Ze zetten gemeentebesturen onder druk om iets aan de situatie te doen. Hieruit vloeit in 1901 de Woningwet voort.
Woningwet
De invoering van de Woningwet zorgde voor veel verandering. Het openbaar bestuur controleert sindsdien de uitgifte van beschikbare grond en stelt bouwvoorschriften op.
Almere
In Almere (onze naoorlogse, kunstmatig ingepolderde nieuwstad) is de ontwikkeling van onze woningbouw als product van strenge 'staatsregie, staatszorg en staatscontrole' het mooist en meest volledig zichtbaar.
