Er bestaan veel misverstanden over HIV en aids. Voornamelijk over hoe het virus wordt overgebracht, dus hoe je besmet raakt met HIV/Aids. Door deze misverstanden zijn er veel vooroordelen over mensen met HIV/Aids.
Een vooroordeel over aids is bijvoorbeeld ‘iemand met Aids kan makkelijk anderen besmetten, je kan dus maar beter bij hem uit de buurt blijven’. Vooroordelen kunnen heel snel tot discriminatie leiden.
Waarvan kun je NIET besmet raken
Ten onrechte raken veel mensen ongerust als ze met aids geconfronteerd worden, omdat ze bang zijn een besmetting met HIV op te lopen. Maar in de dagelijkse omgang met HIV-geïnfecteerden kun je niet besmet raken. Je kunt namelijk niet besmet worden door:
- huidcontact
- (tong)zoenen
- toilet en gebruiksvoorwerpen
- adem, hoesten, niezen
- verlenen van eerste hulp
- dieren (zoals insectenbeten)
- via etenswaren
- zwemwater en sauna’s
Hoe kan een besmetting met HIV wèl plaatsvinden
Het virus bevindt zich in lichaamsvochten, met name in: bloed, sperma, vaginaal vocht en voorvocht. HIV kan overgedragen worden door:
- onveilig seks
- lenen van elkaars eerder gebruikte naalden en spuiten bij druggebruikers
- overdracht van HIV-geïnfecteerde moeder op haar kind tijdens de zwangerschap, de bevalling of via borstvoeding
- bloedtransfusie met besmet bloed
Gevaarlijke misverstanden over HIV/Aids
Na ruim 20 jaar bestrijding van aids blijken nog steeds allerlei misverstanden over deze ziekte te bestaan. Onderstaande misverstanden zijn vooral gevaarlijk omdat hierdoor veel jonge mensen onveilige seks hebben:
- Alleen homoseksuele mannen hebben aids
Dit misverstand is waarschijnlijk ontstaan doordat de eerste slachtoffers mannen waren en homo. Maar dit is allang niet meer zo. Wereldwijd komt aids namelijk hoofdzakelijk voor onder hetero’s. Meer dan de helft van alle mensen die met HIV besmet zijn, is vrouw. In veel Afrikaanse landen is het percentage vrouwen met HIV al gestegen naar 60% en als er niets gebeurt, zal het aantal vrouwen blijven stijgen. Het HIV-virus trekt zich dus niets aan van iemands seksuele voorkeur of geslacht. - Aidspatiënten kun je herkennen
De meeste mensen met HIV, het virus dat aids veroorzaakt, zijn niet te herkennen. Veel mensen met HIV weten niet dat zij het virus dragen en verder kunnen verspreiden. Het is daarom noodzakelijk om altijd veilig te vrijen en nooit af te gaan op uiterlijke schijn. - Aids komt niet onder jongeren voor
HIV trekt zich niets aan van leeftijden. Veel jongeren denken geen mensen met HIV te kennen en dat het dus niet bestaat in hun omgeving. Door de vooroordelen die er bestaan, zijn mensen vaak niet open over hun besmetting. Bang de kans te lopen dat iedereen ze uit de weg gaat wanneer ze vertellen dat ze met HIV besmet zijn. - Als je HIV hebt, ga je meteen dood
Als je HIV hebt, hoef je niet direct ziek te worden. HIV is een virus dat het afweersysteem afbreekt. Als je afweersysteem slecht functioneert, word je sneller ziek en doe je er langer over om weer beter te worden. Langzaam wordt het afweersysteem slechter en wanneer je afweersysteem niet meer werkt, wordt de diagnose aids gesteld. Aids is eigenlijk een soort verzamelnaam voor allerlei ziektes die je krijgt wanneer je afweersysteem niet meer werkt. De gemiddelde tijd tussen besmetting en ‘uitbreken’ van aids is 9 jaar.
Knoflook en aardappels tegen aids
Misverstanden komen ook voor in hoge regeringskringen, bijvoorbeeld bij voormalig minister van Volksgezondheid Manto Tshabalala-Msimang in Zuid-Afrika. Deze minster van Volksgezondheid was tegen het gebruik van aidsremmers. Manto raadde in plaats van aidsremmers knoflook, bieten, citroenen en Afrikaanse aardappel te eten. Dat was volgens haar het beste medicijn. Haar aidsbeleid werd wereldwijd verguisd en is inmiddels afgeschaft door de nieuwe regering in Zuid-Afrika. Volgens onderzoekers heeft haar weigering aidsremmers beschikbaar te stellen aan 300.000 Zuid-Afrikanen het leven gekost.

