Wil je oppervlakten berekenen of een groot getal kort noteren? Dan krijg je te maken met kwadraten of machten.
In de wiskunde zul je het vaak tegenkomen. Wanneer je nou precies spreekt van een kwadraat of wanneer je met machten te maken hebt, wordt hier uitgelegd.
Oppervlakte
Stel je hebt een vierkant met vier zijden van 4 cm.
De oppervlakte van het vierkant is 4 × 4 = 16 cm2.
Kwadraat
In plaats van 4 × 4 schrijf je ook wel 42. Je spreekt dit uit als "vier tot de tweede" of "vier kwadraat". "Kwadraat" (vroeger "quadraat") komt van het latijnse "quadra" dat "vier" betekent; een kwadraat is eigenlijk gewoon een andere naam voor (oppervlakte van een) vierkant. Het berekenen van een kwadraat heet kwadrateren.
Voor een vierkant geldt: oppervlakte = zijde2.
Grondtal en exponent
Als je een getal met zichzelf vermenigvuldigt, krijg je een kwadraat: 3 × 3 = 32.
Er is een meer algemene schrijfwijze voor het vermenigvuldigen met steeds hetzelfde getal. Bijvoorbeeld:
3 × 3 × 3 × 3 × 3 = 35.
Reken je zo'n getal uit, dan wordt de uitkomsten machtig groot: 35 = 243.
Machtsverheffen
Je spreekt van machtsverheffen en je zegt "3 tot de macht 5", of kortweg "3 tot de vijfde".
En 35 heet een macht met grondtal 3 en exponent 5. Een kwadraat is een macht met exponent 2.
Zo is 27 = 2 × 2 × 2 × 2 × 2 × 2 × 2 = 128
