Misdadigers die een veroordeling achter de rug hebben, worden opgeborgen in een gevangenis. Het rechtsgevoel is daarmee bevredigd.
De samenleving is beveiligd tegen geweld en potentieel geweld: vergelding en afschrikking zijn in werking getreden. Maar hoe nu verder?
Meer dan een straf
Een gevangenisstraf weert een dader uit de maatschappij. Hij kan niet meer deelnemen aan het normale sociale leven, kent bijvoorbeeld geen gezinsleven, heeft geen inkomen en maakt zich ook niet nuttig voor de samenleving. Maar gedetineerd zijn doet meer met de veroordeelde. Hij is dus reeds gestraft; daarbij komen echter allerlei beperkingen, frustraties, zorgen, stress, en ook “krassen op de ziel”. Dit alles maakt dat de straf meer is dan wat de wetgever beoogde.
Gefrustreerd en machteloos
De gevangene wordt een nummer, moet een uniform dragen en heeft voor alles toestemming nodig. Privacy bestaat niet meer: dag en nacht kan hij worden bekeken of worden bevraagd. Zijn post wordt gelezen, tegenspraak wordt niet geduld en hij kan niet bepalen met wie hij wel of niet omgaat. Dit alles brengt met zich mee dat de gevangene zich gefrustreerd kan gaan voelen, machteloos en daarom boos, maar ook dat hij apatisch afwacht tot zijn straf erop zit.
Functioneren in de maatschappij
Buiten de gevangenis zijn mensen gewend “te worden gezien”, dragen zij verantwoordelijkheid in een functie en een rol, als ouder bijvoorbeeld, en genieten zij respect. Dit is belangrijk om goed te functioneren in de maatschappij. Binnen de gevangenis ontbreekt dit alles. Werk is bijvoorbeeld niets anders dan een tijdverdrijf waarmee wat zakgeld wordt verdiend.
De toekomst
De vraag is dan ook hoe een gevangene zin aan zijn leven kan geven en wie hem daarbij moet helpen. En later, als de invrijheidstelling in zicht komt, hoe hij zich moet voorbereiden op de terugkeer in de maatschappij. Veel gevangenen gaan dan gebukt onder angst en onzekerheid voor de toekomst.

