Debat: Financiële steun aan religieus onderwijs

Kwaliteit openbare en bijzondere scholen

Kinderhand tekent een spiraal op een vel papier

Zowel openbare scholen als bijzondere scholen zijn vrij om zelf hun onderwijsmethode te bepalen. Bijzondere scholen mogen leermiddelen gebruiken die aansluiten op hun geloof of overtuiging (grondslag).

Onder toezicht van onderwijsinspectie

In 2010 telt Nederland 42 islamitische basisscholen en twee middelbare scholen voor moslims. Daarvan staat ruim 30 procent onder extra toezicht van de onderwijsinspectie, omdat zij als ‘zwak’ of ‘zeer zwak’ zijn beoordeeld. Een voorbeeld van een school onder toezicht is het Islamitisch College Amsterdam (ICA). Sinds 2006 staat het ICA onder verscherpt toezicht van de onderwijsinspectie. De schoolprestaties zijn onder de maat en er zijn te weinig leerlingen. Het ICA bestaat in 2010 tien jaar, maar zal het lustrum niet vieren. De school moet in de zomer van 2010 (per 1 augustus) dicht.

Een ander voorbeeld is de islamitische basisschool As Siddieq. Ook deze school stond jaren onder toezicht. Volgens de inspectie besteedde de school te weinig aandacht aan de ‘basiswaarden van de democratische rechtsstaat’ en ‘openheid naar de samenleving’. Inmiddels krijgt de school weer subsidie.

Slechte kwaliteit bijzonder onderwijs

Uit onderzoek van het Nijmeegse onderzoeksinstituut ITS blijkt dat leerlingen op algemeen bijzondere scholen, zoals Jenaplan, Dalton en Montessori, achterblijven bij hun leeftijdgenoten in het reguliere basisonderwijs.

Volgens het onderzoek presteren Jenaplanscholen het slechtst. De leerlingen op die scholen scoren gedurende de hele schooltijd onder het landelijk gemiddelde. Leerlingen op Montessorischolen lopen hun achterstand geleidelijk in. Ze beginnen vrij traag, maar aan het einde van de basisschool is het verschil met reguliere scholen zo goed als verdwenen. De Daltonscholen presteren het best. Daar liggen de leerprestaties rond het landelijk gemiddelde.

Verklaring voor verschillen in onderwijskwaliteit

De onderzoekers kunnen geen verklaring geven voor de verschillen. Daarvoor moeten zij de doelstellingen en de onderwijskundige aanpak van de verschillende scholen eerst beter bekijken. Ook willen de onderzoekers kijken naar de etnische afkomst van de leerlingen en de betrokkenheid van hun op ouders.