Debat: Financiële steun aan religieus onderwijs

Onderwijsinspectie

leren schooltas

Scholen moeten goed onderwijs aanbieden. Wat ‘goed’ onderwijs is, is vastgelegd in regels en wetten.

Zo staat er in de wet bijvoorbeeld hoeveel uren les moet worden gegeven en wat leerlingen moeten leren. De onderwijsinspectie controleert of scholen zich aan deze regels en wetten houden. Zij houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs.

Achterblijvende schoolresultaten

De inspectie kijkt of er klachten zijn van ouders. Ook kijkt de inspectie naar de resultaten van de leerlingen. Als deze resultaten achterblijven bij andere vergelijkbare scholen wil de inspectie weten hoe dat komt. Zij vraagt dan informatie op of voert een onderzoek uit op de school.

Onderzoek

Bij een onderzoek op een school kijkt de inspecteur in de klas, spreekt leerkrachten en bekijkt de werkwijze van de school. Op basis van dat onderzoek spreekt de inspectie een oordeel uit over de kwaliteit van het onderwijs. Het is belangrijk dat elke inspecteur op dezelfde manier te werk gaat. Alleen wanneer scholen op dezelfde manier worden beoordeeld, kunnen deze met elkaar worden vergeleken. Elke school wordt ten minste eens in de vier jaar door een inspecteur bezocht.

Oordeel

Na onderzoek naar de onderwijskwaliteit kan de inspectie kan tot drie verschillende oordelen komen:

  • voldoende
  • zwak
  • zeer zwak

Onder toezicht

Zwakke en zeer zwakke scholen moeten zo snel mogelijk verbeteren om aan de kwaliteitseisen te voldoen. De school krijgt de opdracht binnen een afgesproken termijn te verbeteren en de inspectie controleert dan de nieuwe resultaten. Tot die tijd staan de scholen ‘onder toezicht’. Dit betekent dat de school extra goed in de gaten wordt gehouden. Wanneer de inspectie geen vertrouwen meer heeft dat de school zal verbeteren, meldt zij dit bij de minister van Onderwijs. Deze zal vervolgens verdere stappen ondernemen, bijvoorbeeld financiële maatregelen.