Debat: Financiële steun aan religieus onderwijs

Openbaar en bijzonder onderwijs

moslim meisje

Nederland heeft een duaal onderwijsstelsel. Dit stelstel bestaat uit twee soorten scholen: openbare scholen en bijzondere scholen.

In 2009 ging 29 procent van de leerlingen naar een openbare school. In datzelfde jaar volgde 71 procent van de leerlingen bijzonder onderwijs.

Openbaar onderwijs

Openbaar onderwijs is vanuit de overheid georganiseerd. Openbare scholen worden meestal bestuurd door de gemeente en zijn voor iedereen toegankelijk: voor ieder kind en voor elke docent. Het onderwijs op openbare scholen is niet gebaseerd op een bepaalde godsdienst of levensovertuiging.

Bijzonder onderwijs

Bijzonder onderwijs wordt niet door de overheid bestuurd, maar door anderen. Vaak een vereniging of stichting. Anders dan openbare scholen, zijn de meeste bijzondere scholen wel gebaseerd op een bepaalde godsdienst of levensovertuiging. Bijvoorbeeld protestants, (rooms)katholiek of islamitisch onderwijs. Bijzondere scholen mogen leermiddelen gebruiken die aansluiten op hun geloof of overtuiging. Ook mogen zij leerlingen en docenten weigeren als hun geloof of overtuiging in strijd is met die van de school. Van ouders wordt verwacht dat zij de visie en uitgangspunten (de grondslag) van de school respecteren of delen.

Algemeen bijzonder onderwijs

Bijzonder onderwijs met een religieuze grondslag wordt ook wel ‘confessioneel’ bijzonder onderwijs genoemd. Een andere vorm van bijzonder onderwijs is ‘algemeen’ bijzonder onderwijs. Dit heeft een onderwijskundige grondslag. Voorbeelden van algemeen bijzonder onderwijs:

  • Daltononderwijs
  • Montessorionderwijs
  • Jenaplan
  • Vrije school