Aardrijkskunde voor de tweede fase

De Oceanische circulatie

Oceanische circulatie

Ruim 70% van het aardoppervlak bestaat uit water, dat is de Hydrosfeer. Al dat water beslaat een enorm en dynamisch oppervlak.

Het wateroppervlak is van grote invloed op ons mondiale klimaat. Al dat water, in de oceanen en zeeën, is in beweging.

Oceaancirculaties

De mondiale windpatronen, die ontstaan door de luchtdrukverschillen en het corioliseffect, drijven oceaancirculaties in de verschillende oceaanbassins aan. Bijvoorbeeld de Atlantische, Indische en Stille Oceaan.

Warmte

Die windgedreven oceaanstroming zorgt dat warm water van de evenaar naar het noorden wordt getransporteerd. Door de hoge temperatuur verdampt er veel water en blijft zout achter. Het warme water bevat dus veel zout. Dit water is relatief zwaar, maar door de hoge temperatuur zakt het hier niet naar de bodem.

Warme zeestroom

Het warme oppervlaktewater wordt weggevoerd door de overheersende westenwinden op lage breedte richting het noorden. Op gematigde breedte aangeland verwarmt deze warme zeestroom de kustgebieden van West-Europa. Dankzij deze stroming hebben we hier zachtere winters dan in Canada, dat op dezelfde breedte ligt.

Afkoeling

Aangekomen in de Noord-Atlantische Oceaan, koelt het warme, zoute water snel af. Het water bevriest gedeeltelijk, het zout blijft achter en maakt het water zwaarder. Een enorme watermassa zinkt als een baksteen naar de bodem! Deze daling zet in principe de hele oceanische transportband van water in beweging.

Circulatie

De diepzee stromingen voeren helemaal richting Antarctica. Daar vindt vermenging plaats met de Antarctische koude zeestroom. Uiteindelijk komt het water weer naar boven op warme plekken in de tropen waar water door winden wordt weggeblazen.