De Nederlandse regering wil graag dat de wereld veiliger wordt dan die nu is. Bovendien wil zij dat meer landen minder armoede kennen.
Daarom doet Nederland aan ontwikkelingshulp. Op welke manieren en waarom?
Idealisme en eigenbelang
Dat wil de regering niet alleen uit idealisme, maar ook uit eigenbelang. Ontwikkelingssamenwerking bevordert bijvoorbeeld handel en werkgelegenheid in ons eigen land. Daarmee levert zij een bijdrage aan het oplossen van problemen die de arme landen niet alleen kunnen oplossen.
Belastinggeld
De Nederlandse ontwikkelingshulp wordt gefinancierd met belastinggeld. In 2009 heeft Nederland 4,7 miljard euro besteed aan ontwikkelingssamenwerking. Dit bedrag komt overeen met 0,8% van het bruto nationaal product (BNP). Het BNP is de totale geldwaarde van alle goederen en diensten die door een land in een jaar worden geproduceerd.
Verenigde Naties
In 1970 is door de Verenigde Naties afgesproken een percentage van 0,7% van het BNP aan ontwikkelingshulp te besteden. De EU-lidstaten hebben in 2002 aangegeven zich aan deze verplichting te houden. Ook de huidige Nederlandse regering zal de 0,7%-norm aanhouden.
Vormen van hulp
De ontwikkelingshulp door Nederland komt op de volgende 3 manieren op haar plaats terecht.
• In de vorm van directe hulp aan één bepaald ontwikkelingsland. Geld wordt dan overgemaakt naar een land waarmee Nederland een relatie heeft.
• In de vorm van hulp door meer landen aan een ontwikkelingsland via een gemeenschappelijke organisatie. Voorbeelden van zulke organisaties zijn de Wereldbank en de Verenigde Naties (VN).
• Via particuliere hulp (hulp die niet via overheidsinstanties verloopt), dus hulp via bedrijven, kennisinstellingen en NGO’s. NGO’s zijn organisaties die onafhankelijk zijn van de overheid en niet uit zijn op winst. Voorbeelden van NGO’s zijn Oxfam Novib, Rode Kruis en Unicef.
