Nederland geeft hulp aan arme landen, de zogenaamde ontwikkelingslanden. Ook andere rijke, westerse landen doen dat.
Deze hulp heet ontwikkelingssamenwerking of ontwikkelingshulp. Een ander soort hulp die wordt gegeven, is noodhulp.
Armoede
De meeste arme landen liggen in Azië en Afrika. In Afrika lijdt bijvoorbeeld 1 op de 3 mensen altijd honger, moeten 2 miljard mensen dagelijks rondkomen van minder dan 2 dollar per dag en is er een groot gebrek aan sanitaire voorzieningen. Door een gebrek aan kennis, middelen en geld kunnen de arme landen deze problemen niet zelf oplossen. Om de leefomstandigheden in deze ontwikkelingslanden te verbeteren, bieden de rijke, westerse landen hulp.
Soorten hulp
Ontwikkelingshulp kan bestaan uit:
• financiële hulp (geld)
• technische hulp (opleidingen, voorzieningen)
• voedselhulp
Noodhulp en structurele ontwikkelingshulp: wat is het verschil?
Structurele ontwikkelingshulp richt zich op het verhelpen van problemen die al lange tijd bestaan. Noodhulp biedt hulp in noodsituaties, dus bij problemen die tijdelijk zijn. Deze tijdelijke problemen worden veroorzaakt door natuurrampen of gewapende conflicten. Voorbeelden hiervan zijn aardbevingen, overstromingen, orkanen en aanslagen. Kort samengevat biedt structurele ontwikkelingshulp hulp op de lange termijn en noodhulp op de korte termijn.

