De Nederlandse regering besteedt jaarlijks 0,8% van het Bruto Nationaal Product aan ontwikkelingssamenwerking. Dat komt neer op 4,7 miljard euro (in 2009). Iedere burger betaalt daar aan mee via de belasting. Niet iedereen vindt dat de juiste manier.
De meningen over ontwikkelingssamenwerking zijn verdeeld. Sommige mensen vinden dat ontwikkelingshulp op basis van liefdadigheid en vrijwilligheid zou moeten plaatsvinden en niet via de overheid en met behulp van belastinggeld. Nu betaalt elke burger verplicht mee aan de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking.
Voordelen van ontwikkelingshulp door NGO’s
Wanneer de financiering en organisatie overgelaten zouden worden aan de NGO’s, kan ieder zijn eigen bijdrage bepalen. NGO’s geven zo de gewone burger een stem. Bovendien geven Nederlanders in de praktijk uit eigen beweging al veel geld aan goede doelen. Zonder dat de overheid zich hiermee bemoeit en zonder dat ze hiertoe gedwongen worden. Daarbij wordt ook hun betrokkenheid bij een betere wereld verhoogd: wanneer je zelf het geld overmaakt ben je ook meer geneigd om na te gaan of jouw geld wel goed wordt besteed. Daarnaast zijn maar weinig projecten die gefinancierd zijn met Nederlands belastinggeld, succesvol gebleken. De vraag is of ontwikkelingsgeld niet beter gebruikt kan worden om problemen als armoede, zorg, onderwijs, en vergrijzing in eigen land op te lossen.
Nadelen van ontwikkelingshulp door NGO’s
Niet iedereen vindt echter dat de financiering en organisatie van ontwikkelingshulp geheel moet worden overgelaten aan NGO’s. Deze organisaties opereren vaak directer en kleinschaliger dan de overheid. Een nadeel hiervan is een versnippering van de hulp. Zo heeft een doorsnee ontwikkelingsland met 33 NGO’s te maken en ontbreekt de nodige samenwerking. Volgens deze critici is deze vorm van hulp weinig effectief en weinig transparant: uit een rapport van het Europees Rekenhof blijkt dat veel projecten niet goed worden uitgevoerd en dat volledige en betrouwbare gegevens ontbreken. Zo hebben veel projecten geen duurzaam karakter en is het onduidelijk hoe de NGO’s de miljoenen die ze (via particuliere bronnen en overheidssubsidies) krijgen, precies besteden.
