De landen in de Europese Unie hebben meer werknemers van buiten hun grenzen nodig om economisch bij te blijven bij de rest van de wereld. Dat is de conclusie uit het rapport van SEO Economisch Onderzoek. Het aantrekken van kennismigranten zou volgens dit onderzoek dus gestimuleerd moeten worden.
Zonder wijzigingen van het arbeidsmarktbeleid zullen vergrijzing en dalende geboortecijfers binnen een halve eeuw leiden tot een tekort van 32 miljoen werknemers. Nu werken er in de hele EU bijna 200 miljoen mensen. De gevolgen van een dergelijk tekort laten zich raden: afnemende slagkracht in de economische strijd met concurrenten als China en de Verenigde Staten en relatief minder welvaart.
De Nederlandse kenniseconomie
Nederland raakt achterop bij andere kennislanden, zoals de Verenigde Staten en de Scandinavische landen: in de kennisranglijst staat het op de tiende plaats, een daling van 2 plaatsen ten opzichte van 2008. Tijdens de jongste verkiezingen voor de Tweede Kamer hamerden vele politici erop dat Nederland als kenniseconomie bij de beste 5 landen van de wereld moet gaan behoren; dat doel lijkt nu verder weg dan ooit. Daarom is het nodig dat ons land niet alleen investeert in onderwijs, maar ook dat kennismigranten hiernaar toe worden gehaald.
Immigratieoverschot
In 2001, voor de invoering van de immigratiewetgeving van de eerste kabinetten-Balkenende, kwamen er 56.000 mensen meer Nederland binnen dan er vertrokken. In 2005 daarentegen was er sprake van een een vertrekoverschot van 23.000 personen. Vanaf nu heeft ons land dan ook een immigratieoverschot nodig van gemiddeld 30.000 mensen per jaar. Het kabinet zal dus het immigratiebeleid zo moeten aanpassen dat iedereen met een goede opleiding in Nederland wil komen werken.
Kennismigrantenregeling
Vanaf de invoering van de kennismigrantenregeling in oktober 2004 zijn 4700 vreemdelingen toegelaten tot Nederland als kennismigrant. Inmiddels hebben meer dan 2000 werkgevers en instellingen een verklaring in het kader van de bestaande regeling afgegeven. De top-3 van de arbeidsmarktsectoren waar kennismigranten aan de slag gaan, zijn de ICT-sector, de industrie en wetenschappelijk onderwijs/onderzoek. De meeste kennismigranten komen uit India, Amerika en Japan.
Laagopgeleid vs. hoogopgeleid
De huidige regering vindt het bevorderen van de kenniseconomie belangrijk. Daarom zijn er maatregelen genomen die ervoor moeten zorgen dat het kabinet ervoor zorgt dat dit niet wordt belemmerd door allerlei maatregelen. Maar arbeidsmigranten van buiten de EU die geen kennismigrant zijn, kunnen niet zomaar een verblijfsvergunning krijgen. Dat kan pas plaatsvinden als de werkgever kan aantonen dat hij geen geschikte werknemers in Nederland of de Europese Economische Ruimte (EER) heeft kunnen vinden. Ook volgens de VVD gaat het er om dat laagopgeleide en kansarme immigranten zoveel mogelijk worden geweerd, omdat zij geen enkel perspectief hebben in onze samenleving. Dat laagopgeleide immigranten niet kansrijk zijn, is in strijd met het genoemde SEO-rapport. Nederland en andere EU-landen hebben ook die machinebankwerker nodig net als de Roemeense verpleegster die Nederlands spreekt.
De regering
In oktober 2010 betoogde de nieuwe minister-president Rutte tijdens het debat over de regeringsverklaring dat het aantal immigranten uit niet-westerse landen de komende jaren met de helft kan afnemen, maar dat die teruggang voor het kabinet geen doel op zich is. “Hoe verder we afkomen van die 50%, hoe ongemakkelijker het voor ons wordt, en dus ook voor het kabinet'', zei PVV-leider Geert Wilders tijdens de eerste dag van het debat. Rutte reageerde door aan te geven dat hij zich niet laat vastleggen op percentages. Het is echter veel belangrijker dat de regering zich afvraagt in hoeverre zij haar doel, Nederland bij de top-5 van kenniseconomieën, nog kan bereiken.


