Kernpunt

Vak:
Aardrijkskunde
Thema:
Wonen
Onderwerp:
Migratie

Deelnemen in het verkeer

Van A naar B

Auto

Mensen willen van A naar B. Om te kunnen reizen en goederen te vervoeren wordt er gebruik gemaakt van verschillende transportmiddelen, wegen en overgangen. Om er voor te zorgen dat alles goed verloopt, zijn er verkeerstekens en afspraken gemaakt. Op deze manier kan iedereen zich op een veilige manier voortbewegen in het verkeer.

Vervoermiddelen worden niet alleen gebruikt om mensen te vervoeren, maar ook goederen moeten worden vervoerd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten vervoermiddelen, zoals vrachtauto’s, goederentreinen, vliegtuigen en vrachtschepen. Vrachtschepen zijn te verdelen in schepen voor rivieren en binnenwateren en schepen voor de zeevaart. Vanwege hun afmetingen kunnen schepen voor de zeevaart over het algemeen niet gebruik maken van de kleinere rivieren en/of sluizen in de rivieren.

Het wegennet

Snelweg

Het wegennet in Nederland is groot. In totaal heeft Nederland 2360 kilometer snelweg en heeft met 57,5 kilometer per 1000 m² de grootste ‘snelwegdichtheid’ van de Europese Unie. Door verschillende overgangen, zoals bruggen en viaducten, aan te leggen kunnen diverse wegen over, onder en langs elkaar lopen. De Zeelandbrug tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland is de langste brug van Nederland. Deze brug is in 1965 gebouwd, is vijf kilometer lang en staat in de top tien van ’s werelds langste bruggen.

Kinderen en het verkeer

Het is belangrijk dat kinderen kennis wordt bijgebracht van de verkeersregels. Maar het is niet zo dat kinderen die de regels goed kennen, zich daar ook naar gedragen. Jonge kinderen letten meer op zichzelf dan op anderen. Ze moeten nog leren om aandacht te besteden aan andere weggebruikers. Ook reageren kinderen minder snel op onverwachte situaties. Veel praktijkervaring is dus belangrijk om goed om te gaan met het verkeer.

Door zelf onderweg te zijn, ontwikkelen kinderen hun ruimtelijk inzicht. Door eigen waarneming krijgt een kind een beter begrip van hoe de wereld in elkaar zit. Dat helpt het zelfvertrouwen waardoor kinderen zich sneller zelf kunnen redden in het verkeer. Kinderen die altijd naar school gebracht worden met de auto, zullen niet ineens als ze 9 jaar zijn zelfstandig met de fiets kunnen.

Op de fiets

Met de goede fietspaden en vlakke wegen is Nederland een echt fietsland. Alhoewel alle Nederlanders bij elkaar meer fietsen, fietsen kinderen juist steeds minder. Met name in de grote en middelgrote steden wordt er minder door kinderen gefietst.

Uit onderzoek blijkt dat 60 % van de kinderen in groep 4 door een volwassene naar school wordt gebracht. Dat gebeurt minder vaak met de fiets. De leeftijd waarop kinderen op de fiets naar school gaan is gestegen. In 1975 gingen de kinderen gemiddeld met zes jaar op de fiets naar school, in 2003 was dat met gemiddeld negen jaar. Jonge kinderen doen dus minder fietservaring op in het verkeer. Ook de fietsfabrikanten merken dit. Tot op steeds hogere leeftijd moeten op kinderfietsen zijwieltjes worden gemonteerd.

Beperkt blikveld

Jonge kinderen tot een jaar of acht hebben nog een beperkt blikveld. Het is een beetje alsof ze oogkleppen dragen. Daarom is het belangrijk dat kinderen op deze leeftijd goed hun hoofd naar links en rechts draaien als ze willen oversteken. Op de fiets moeten kinderen hun hoofd ver draaien om te kunnen zien of er anderen achterop komen.

In dit dossier

Test jezelf

Energie quiz