Spelling

Congruentiefouten

Is het enkelvoud of meervoud?

Congruentie betekent eigenlijk niets anders dan overeenkomst. Je kunt in een zin niet eerst iets in het enkelvoud zeggen en daarna in het meervoud. Er moet congruentie zijn.

Het klinkt logisch, maar toch is het niet moeilijk om in een congruentievalkuil te trappen. ‘De kinderen worden gevraagd of ze hun speelgoed op willen ruimen”, is bijvoorbeeld zo’n fout.

Enkelvoud of meervoud

Kijk nog eens goed naar het vorige voorbeeld. In eerste instantie lijkt er niets mis met de zin. Toch klopt het niet. ‘De kinderen’ is in deze zin niet het onderwerp, maar het meewerkend voorwerp. Je kunt er namelijk ‘aan’ voorzetten. De zin zou dan als volgt gaan: ‘Aan de kinderen worden gevraagd of ze hun speelgoed op willen ruimen.’ Nu zie je goed dat het niet ‘worden’ maar ‘wordt’ moet zijn.

Aantal

Er moet dus een overeenkomst zijn tussen het onderwerp en de persoonsvorm. Is de een enkelvoud, dan moet de andere dat ook zijn. Vooral als de persoonsvorm ver van het onderwerp staat, kun je in de problemen raken. Vooral bij woorden als 'aantal' gaat het mis. ‘Een aantal antwoorden van de test kloppen niet’, is namelijk niet goed. ‘Een aantal’ is enkelvoud, dus moet de persoonvorm ook in enkelvoud staan. Je krijgt dus: ‘Een aantal antwoorden van de test klopt niet.’

Verwijzing

Om de verwarring compleet te maken is de zin ‘Een aantal antwoorden die niet kloppen, wordt door de leraar verbeterd’ wel goed. Dit komt omdat er een verwijzing in zit. Het woordje ‘die’ verwijst naar ‘antwoorden’. Omdat dit meervoud is, moet 'zijn' dus in het meervoud geschreven worden.

Uitzondering

Een zin met ‘zowel… als…’ is altijd enkelvoud als de onderwerpen enkelvoud zijn. ‘Zowel mijn oude fiets en de televisie moeten naar de sloop’, klopt niet. In deze zin gebruik je ‘moet’. Dit geldt ook voor een zin met ‘noch… noch…’. Je krijgt dan: ‘Noch mijn oude fiets noch de televisie kan verkocht worden.’