Spelling

Verwijsfouten

Is het ‘hun hebben het gedaan?’

Fouten met ‘wat’, ‘dat’, ‘hun’ en ‘hen’ noem je verwijsfouten. Het zijn kleine, storende foutjes en worden dagelijks door veel mensen gemaakt. Hoe voorkom je ze?

Een goede tekst schrijven is moeilijker dan het lijkt. Zonder dat je het weet, kunnen er vervelende fouten insluipen. Is het bijvoorbeeld ‘Het beschuitje met muisjes wat op tafel staat?’ of ‘Het beschuitje met muisjes dat op tafel staat?’. Sommige mensen vinden het erg moeilijk om dit te bepalen. Gelukkig kun je er met een aantal simpele regels gewoon achterkomen.

Verwijswoorden

Woorden als wat, dat, hen en hun noem je ook wel verwijswoorden. Deze woorden verwijzen naar een ander woord, dat al eerder in de tekst aan de orde is geweest. Het klinkt niet heel erg moeilijk, maar toch gaat het vaak fout. Dit gebeurt vooral als het verwijswoord niet goed bij de verwijzing past.

Geslacht

Veel mensen verwijzen graag met ‘haar’ naar een bepaald woord. Bijvoorbeeld: “Het is druk in de bioscoop. Haar zalen zitten allemaal propvol”. Dit klinkt misschien leuk, maar is fout. Het woord ‘haar’ verwijst in dit geval naar de bioscoop en dat is een mannelijk woord. Controleer daarom goed of een woord mannelijk of vrouwelijk is. Je vindt dit in een woordenboek of in Het Groene Boekje. Let op: er is een aantal woorden waarbij in het Groene Boekje alleen ‘de’ staat aangegeven. Deze woorden zijn zowel mannelijk als vrouwelijk.

Hoeveelheid

‘De directie vergaderde gisteren. Ze besloten om de planten extra water te geven.’ In deze zinnen zit een hoeveelheidsfout. ‘Ze besloten’ verwijst naar ‘de directie’ uit de eerste zin. Omdat ‘de directie’ enkelvoud is, kan ‘ze besloten’ niet. Dit is namelijk meervoud.

Hen of hun

Dat is een vraag waar veel Nederlanders mee worstelen. Je kunt als regel nemen dat je ‘hun’ gebruikt wanneer na de verwijzing een meewerkend voorwerp staat zonder voorzetsel. Bijvoorbeeld: ‘Hij geeft hun de post.’ Staat er wel een voorzetsel of is het woord een lijdend voorwerp, dan gebruik je hen. ‘Hij geeft de post aan hen.’ Twijfel je nog steeds? Gebruik dan het woord ‘ze’. Je hoeft dan hen of hun niet te gebruiken. Het wordt dan: ‘Hij geeft ze de post.’ Denk er ook aan dat je ‘hun’ nooit als onderwerp gebruikt.

Wat of dat

Het verwijswoord ‘wat’ gebruik je in de meeste situaties. Bijvoorbeeld als het verwijst naar een overtreffende trap: ‘Dit is het mooiste wat ik heb gezien.’ Je gebruikt ook ‘wat’ bij een verwijzing naar woorden als ‘alles’ of ‘iets’. Als het woord ‘wat’ verwijst naar een deel van een zin, mag je het ook toepassen. Bijvoorbeeld: “Hij kwam binnen kom half drie, wat veel te laat is!”. Verwijs je naar een woord dat begint met het (onzijdig woord), dan mag je nooit ‘wat’ gebruiken. In dit geval gebruik je ‘dat’. “Het pennenbakje wat op mijn bureau staat”, is daarom fout. Correct is: “Het pennenbakje dat op mijn bureau staat.”