Tegenwoordig zappen we er op los en is er 24 uur per dag iets op tv. Maar in de jaren ’50 was er nog maar 1 zender en werd er maar weinig uitgezonden. Kinderprogramma’s waren er dus nog bijna niet. Hoe is dat in 60 jaar veranderd?
Tv-kijken doen we in Nederland pas 60 jaar: in 1951 was de eerste landelijke uitzending op Nederland 1. Deze zender werd net zoals nu vooral gebruikt voor nieuws en informatievoorziening met bijvoorbeeld het Polygoonjournaal. Tekenfilms en kinderseries waren er nog amper, maar daar kwam langzaam verandering in.
Kindertelevisie in de jaren ’50
In het begin van de jaren '50 heeft 1 op de 300 Nederlandse huishoudens een televisie. Er was toen nog maar 1 zender en omdat nog lang niet iedereen een tv kon betalen ging men vaak met zijn allen naar een vriendje of buurmeisje die wel een toestel had. In die tijd was Dappere Dodo het enige kinderprogramma. Dit was een soort poppenkastvoorstelling op tv, in zwart/wit natuurlijk.
Kindertelevisie in de jaren ‘60
In de jaren ’60 wordt televisie steeds belangrijker. Er komen meer zenders en meer kinderprogramma’s. En met de komst van de kleurentelevisie wordt tv-kijken een stuk aantrekkelijker. Kinderen worden ook steeds serieuzer genomen als doelgroep. In deze jaren verschijnen ook de eerste dramaseries zoals Floris. Ook ‘Ja zuster nee zuster’ en ‘de Fabeltjeskrant’ worden in deze jaren uitgezonden.
Kindertelevisie in de jaren ‘70
In de jaren ’70 is er bijna iedere dag wel iets voor kinderen op tv. Kinderen mogen steeds meer ook zelf meedoen, zoals in de Film van Ome Willem. Er komt ook steeds meer concurrentie, zodat elke omroep op zoek moet naar onderscheidende en originele programma’s. De jaren ’70 brengen programma’s voort als Q en Q, Ti-Ta Tovenaar en Pipo de Clown.
Kindertelevisie in de jaren ‘80
Tegenwoordig zappen mensen erop los, maar dat was in de jaren ’80 met nog maar 2 zenders niet aan de orde. Bovendien was er nog geen afstandsbediening. Wel komen er steeds meer zenders bij, zoals het commerciële RTL Veronique. Het levert afwisselende kindertelevisie op zoals Bassie en Adriaan, De grote meneer Kaktus Show en Telekids.
Kindertelevisie in de jaren ’90
Kindertelevisie wordt in de jaren ’90 steeds hipper: publieke en commerciële omroepen doen hun best om kinderen te trekken met steeds blitsere tekenfilms en dramaseries. Maar kwaliteit blijft belangrijk, net als humor. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de tekenfilm Alfred J. Kwak, waarin grote thema’s als racisme en apartheid worden behandeld. Willem Wever en de Ko de Boswachtershow zijn goede voorbeelden van infotainment.
Kindertelevisie vanaf 2000
Vanaf 2000 worden alle kinderprogramma’s van de Publieke Omroep uitgezonden op Z@ppelin, de bevestiging van een lange traditie kindertelevisie. Maar volwassenen maken zich steeds meer zorgen over de invloed van televisie. En met de opkomst van gaming en internet hebben kinderen er nog meer beeldschermhobby’s bij gekregen. Maar dat maakt programma’s als het Jeugdjournaal, Het klokhuis en het SchoolTV-weekjournaal niet minder populair. Thuis en op school is de televisie onmisbaar geworden.
Canon van de Nederlandse kindertelevisie
De afgelopen 60 jaar zijn er heel wat tekenfilms, dramaseries en quizzen voor kinderen op tv geweest. Sommige hebben zo’n onuitwisbare indruk gemaakt en bijgedragen aan de ontwikkeling van de Nederlandse televisie, dat ze een plekje hebben gekregen in de canon van de Nederlandse kindertelevisie: een lijst van 50 programma’s, voor een groot deel gekozen door het Nederlandse publiek.

