De Stelling van Amsterdam is een waterlinie. Dat betekent dat op ongeveer 15 tot 20 kilometer afstand van het centrum van Amsterdam, een grote ring van water om de hoofdstad tot stand kan worden gebracht. Binnen 48 uur. Vijanden kunnen dan niet meer dichterbij komen.
Onderdelen
De Stelling van Amsterdam vormt een 135 kilometer lange kring van 42 forten, een aantal batterijen (minifort), dijken, dammen, sluizen, gemalen en gedekte wegen. De forten zijn de verdedigingswerken. Ze zijn gebouwd op kwetsbare plekken in de waterlinie, bijvoorbeeld daar waar er een spoorlijn of een weg dwars door de linie ging.
Nooit gebruikt
Tussen 1880 en 1920 laat het Ministerie van Oorlog de Stelling van Amsterdam bouwen. Er is oorlogsdreiging vanuit Frankrijk en Duitsland en de reeds bestaande Nieuwe Hollandse Waterlinie, aangelegd tussen 1816 en 1824, is niet sterk genoeg. Het eerste fort, fort bij Abcoude, is nog van baksteen, maar na 1887 worden de forten van onbewapend beton gemaakt, bestand tegen een nieuw type granaat (brisantgranaat).
In die tijd vliegt ook het eerste vliegtuig boven Nederland. En dat zorgt ervoor dat de Stelling van Amsterdam geen goed verdedigingswerk meer is. Men kan gewoon over het water heen vliegen! De Stelling van Amsterdam is dan ook nooit als verdedigingswerk gebruikt.
De Stelling nu
De forten zijn een tijd lang aan de natuur overgelaten, zodat ze overwoekerd werden en het verval toesloeg. Toch is veel van de Stelling goed bewaard gebleven en in de jaren negentig zijn verschillende organisaties zich gaan bekommeren om de onderdelen. Een aantal forten is inmiddels weer opgeknapt en in gebruik als tentoonstellingsruimte, restaurant, of voor rondleidingen. In 1996 is de Stelling van Amsterdam door UNESCO uitgeroepen tot Werelderfgoed.
