Werelderfgoed

De Beemster

Bijzonder vanwege alle rechte lijnen

Oude kaart van de polder Beemster

De Beemster is een polder in Noord-Holland die aan het begin van de 17e eeuw is drooggemalen. Dat was spannend want men had toen nog niet zoveel ervaring met het droog maken van zulke grote meren.

Hoe maak je een meer droog?
Er is in die tijd behoefte aan goede landbouwgrond, want de bevolking, zeker ook in Amsterdam, groeit snel. Men besluit dat het Beemstermeer droog gemaakt moet worden. Amsterdamse kooplieden, onder andere van de VOC, zorgen voor de financiering en Jan Adriaenszoon Leeghwater draagt zijn steentje bij aan de bouw van de molens.
In 1608 begint men met het graven van een ringvaart en met de grond die daaruit vrij komt, maakt men een stevige dijk. Leeghwater en zijn medewerkers gebruiken 43 molens om het water uit het meer te pompen. In 1610 is het meer bijna droog, maar door een zware storm loopt de Beemster weer helemaal vol water. Pas in 1612 is het nieuwe land van de Beemster een feit.

Landinrichting

Het nieuwe land, zo’n 7200 hectare, moest verdeeld worden. Men koos hiervoor een strak geometrisch patroon van vierkanten van 1 zeemijl (1852 meter) bij 1 zeemijl (1852 meter). En deze indeling zorgde er in 1999 voor dat de Beemster Werelderfgoed werd.

Wonen in de Beemster

De Amsterdamse kooplieden laten in de 17e eeuw luxe stolpboerderijen bouwen. De meesten wonen er alleen in de zomer, wanneer het bij het open riool van de Amsterdamse grachten niet meer uit te houden is. Als ze er niet zijn, dan verpachten ze de boerderijen en wordt er goed geboerd op de vruchtbare grond.