Ze lijken zo sterk, stoer en onaantastbaar: die voetballers als ze op het veld staan. Wat je niet ziet is dat ze in de kleedkamer soms allerlei rituelen uitvoeren voor geluk tijdens de wedstrijd.
40% van alle bijgelovigheden vindt plaats in de kleedkamer, vlak voor de wedstrijd. Veel gelukshandelingen worden op weg naar het veld uitgevoerd. De rituelen lopen uiteen, van gelukssnor tot speelgoedkonijn.
- Een Londens elftal had eens veel nederlagen te verduren. De spelers dachten dat er een kwade geest in hun midden was. Overal waar ze als elftal logeerden, was altijd dezelfde journalist. Hij was altijd vriendelijk, maar toch dachten de spelers dat hij de oorzaak was van hun tegenslagen!
- De vrouw van een speler moet thuis de ramen wassen tijdens de wedstrijd. Waarom? Omdat ze dat ook deed toen haar man een grote overwinning boekte.
- Zelfs iets doodnormaals een lunch krijgt een bijgelovige lading bij voetbal. De volgorde waarin ze gaan zitten is voor sommige spelers erg belangrijk. Ook de manier waarop het voedsel wordt gegeten verloopt soms volgens bijgelovige voorschriften.
- De spelersbus moet dezelfde route naar het veld nemen als de vorige keer dat het team op dat veld won.
- Veel spelers moeten op een bepaalde manier de kleedkamer binnenkomen: altijd als eerste of als laatste bijvoorbeeld. Een ander moet er altijd precies 40 minuten over doen om zich te verkleden. Weer een ander drukt altijd al zijn ploeggenoten de hand voor hij de kleedkamer verlaat.
- Aankleden is voor sommige spelers een bijzondere aangelegenheid. De ene speler doet zijn voetbalbroekje aan voordat hij zijn jasje uittrekt. De ander trekt zijn voetbaltenue aan, dan weer uit, en dan weer aan. Weer een ander moet zijn schoenveters 3 keer losmaken en weer in de schoenen rijgen.
Rare dingen die Morris tegenkwam:
- geluksveters
- geluksschoenen
- de neuzen van de voetbalschoenen nat maken met whisky of water
- het gras ritueel aanraken
- een kruis slaan tussen de duimen
- schoenen uit- en weer aantrekken
- doelpalen kussen
- altijd dezelfde kledinghaak in de kleedkamer gebruiken
- in de tunnel altijd de bal 3 keer tegen de muur stuiten
- zo vaak mogelijk de neus snuiten
Voorbeelden
De Engelse voetballer Jackie Charlton geloofde dat het geluk bracht om altijd als laatste speler het veld te betreden. Daarom wilde hij geen aanvoerder worden: dan zou hij voorop moeten lopen en dus als eerste het veld betreden.
Hoe raar al deze bijgelovige handelingen ook lijken, ze helpen wel. Ze brengen geen geluk, maar ze geven de speler wel zelfvertrouwen. Als de speler zelf gelooft dat hij door een bepaald ritueel beter gaat spelen, gebeurt dat vaak ook. Daarom, zegt Desmond Morris, zal bijgeloof altijd blijven bestaan in de sport.
Morris, Desmond. Spel om de bal. Uitgeverij Scheffers bv, Utrecht. 1996.
