In Nederland was er tijdens de industrialisatie grote armoede ontstaan onder de arbeiders. In de regering en in het parlement werd lang gepraat wat er tegen die armoede gedaan kon worden.
Wie moest er zorgen voor een verbetering van de slechte leef- en werkomstandigheden van de arbeiders? Dit wordt ook wel de sociale kwestie genoemd.
Regering of arbeiders?
Volgens de liberalen was het niet de taak van de regering om dit op te lossen. Dat moesten de arbeiders zelf doen. De liberalen vonden dat de arbeiders heel goed voor zichzelf konden zorgen. Anderen vonden juist wél dat het de taak van de regering was om de arbeiders te helpen.
SDAP
In 1894 werd de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) door Pieter Jelles Troelstra opgericht. De aanhangers van deze partij, de socialisten, wilden algemeen kiesrecht voor de arbeiders.
Kiesrecht
Als de arbeiders kiesrecht zouden hebben, dan zouden zij op de SDAP stemmen. En met veel stemmen zouden leden van deze partij in het parlement en misschien ook wel in de regering komen. Dan konden zij zorgen voor sociale wetten om de slechte situatie van de arbeiders te verbeteren.

