De regering maakt wetten. Dit gebeurt in samenwerking met het parlement: regering en parlement hebben samen de wetgevende macht.
Wetsvoorstel
De meeste wetsvoorstellen worden door ministers gemaakt. Soms komt een lid van de Tweede Kamer met een wetsvoorstel. Het kamerlid maakt dan gebruik van het recht van initiatief.
Bespreken en wijzigen
Als de minister het wetsvoorstel geschreven heeft, wordt het voorstel met de andere ministers besproken. Als het kabinet (de ministerraad), akkoord gaat met het wetsvoorstel, dan stuurt de minister zijn voorstel naar de Tweede Kamer. De leden van de Tweede Kamer bespreken met elkaar en met de minister het wetsvoorstel. De kamerleden kunnen ook wijzigingen aanbrengen in het voorstel, zij maken dan gebruik van het recht van amendement (wijziging).
Stemmen
Na de behandeling van het wetsvoorstel en de eventuele wijzigingen stemt de Tweede Kamer over het plan van de minister. Bij een meerderheid (tenminste 76 stemmen) van stemmen wordt het wetsvoorstel aangenomen. Daarna zal het wetsvoorstel worden besproken in de Eerste Kamer.
Tweede Kamer
Als het wetsvoorstel van de minister geen steun krijgt van de Tweede Kamer, kunnen er verschillende dingen gebeuren:
• De minister trekt zijn wetsvoorstel in, dit betekent dat zijn plannen niet doorgaan.
• De minister kan zijn voorstel zo veranderen dat hij wel een meerderheid van stemmen krijgt.
• Als hij toch echt zijn plannen wil doorzetten, kan hij dreigen met aftreden. Dan moeten de kamerleden kiezen: het wetsvoorstel goedkeuren of de minister laten aftreden en misschien treedt dan wel het hele kabinet af. Dan is er een kabinetscrisis.
Eerste Kamer
Het wetsvoorstel wordt ook in de Eerste Kamer besproken. Als de leden van de Eerste Kamer ook het voorstel goedkeuren, dan moet nog het staatshoofd zijn handtekening onder het wetsvoorstel zetten. Dan is het wetsvoorstel een wet geworden.


