@ugusto

Vak:
Nederlands
Thema:
Literatuur
Onderwerp:
Poëzie

Een gedicht hoeft niet te rijmen

Het gaat om de opbouw van je tekst

Een elfje, kwatrijn, stapelgedicht of een rondeel. Dit zijn vier soorten gedichten die niet altijd rijmen. Dat hoeft ook niet persé, want bij een gedicht mag jij de woorden zo neerzetten als jij het wilt. Als je schrijft, moet je je aan de taalregels houden, maar als je dicht ben je ineens een tovenaar met woorden.

Er bestaan veel verschillende gedichten. Gedichten van tien bladzijden, maar ook gedichten van vier regels. Dat is het leuke ervan. Jij bent de baas. Eigenlijk kun je alle gedichten poezië noemen. Het is een soort verzamelterm.

Elementen
De tekst in een gedicht loopt niet door zoals bij een verhaal; er zijn vaak afgebroken zinnen te zien met harde returns. En in een geslaagd gedicht werken de aan- of juist afwezigheid van elementen als ritme, klank, rijm en tekstindeling samen om het gedicht zijn eigen vorm te geven. Je kunt al deze elementen combineren, maar ook los zijn ze goed te gebruiken.

Sinterklaas
Het bekendste gedicht is het sinterklaasgedicht. Hier rijmen twee zinnen die elkaar opvolgen op elkaar. Je kunt dit opschrijven in een rijmschema. In dit geval is dat: a – a – b – b. Je kunt dit sinterklaasgedicht ook zo schrijven: a – b – a – b. Nu rijmen de zinnen ook op elkaar, maar zit er een andere zin tussen.

Voorbeelden van gedichten (JufLeonie.nl)

Elfje
Een ander gedicht is bijvoorbeeld het elfje. Deze bestaat uit elf woorden die je verdeelt over vijf regels. In regel een schrijf je een woord, op regel twee staan er twee. Op de derde regel is plaats voor drie woorden en op de vierde staan er vier. Het laatste woord schrijf je op regel vijf.

Kwatrijn
Een gedicht van vier regels waarvan er twee rijmen heet een kwatrijn. Dat kunnen de eerste twee zijn, maar mogen bijvoorbeeld ook de eerste en de laatste regels zijn.

Rondeel
Een rondeel bestaat uit acht regels die helemaal niet op elkaar rijmen. In dit gedicht wordt vooral gebruik gemaakt van herhaling. Regel een, vier en zeven zijn namelijk precies hetzelfde. Dit geldt ook voor regel twee en acht. Op regel drie en vijf mag je doen wat je wilt. Dit lijkt heel erg ingewikkeld, maar valt uiteindelijk erg mee.

Stapelgedicht
Het stapelgedicht begint met een korte zin, die steeds iets langer wordt. Je ziet in dit gedicht dus ook geen rijm, maar herhaling terug. Als de zin op zijn langst is, bedenk je een laatste zin die totaal anders is.

Andere gedichten
Er bestaan nog veel meer gedichten. Zoals de sonnet, de haiku en het naamgedicht. Maar natuurlijk kun je zelf ook een gedicht verzinnen. In een gedicht mag namelijk alles. En het mag overal over gaan. De jongste generatie schrijvers en dichters haalt zijn inspiratie overal vandaan: uit verschillende culturen, van televisie, van straat, van grote dichters uit het verleden, alles wordt met alles gecombineerd. Deze werkwijze, wel aangeduid als sampling, weerspiegelt een postmoderne tijdgeest, zoals die zich ook manifesteert in de andere kunstvormen.