Dyslexie is een stoornis in de hersenen die meestal aangeboren is. Het is vaak erfelijk en dus genetisch bepaald. Als dyslexie voortkomt uit niet-erfelijke factoren, dan is de oorzaak vaak een hersenbeschadiging door een ongeluk of een herseninfarct. Dyslexie komt voor op vrij jonge leeftijd, maar het kan ook pas op volwassen leeftijd tot uiting komen.
Dyslexie is zeer goed te behandelen maar niet te 'genezen'. Dit komt doordat het mechanisme achter dyslexie niet precies bekend is. Ook bestaan er vele vormen en gradaties van dyslexie.
Diagnose en behandeling
Om iemand te diagnosticeren als een dyslecticus moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Men moet hardnekkige problemen hebben met het leren lezen, die niet kunnen worden toegeschreven aan bijvoorbeeld:
- Tekorten in het onderwijs
- Manifeste neurologische defecten
- Emotionele problemen
- Lage intelligentie (IQ < 85-90)
Faalangst
Wanneer kinderen jong zijn, is voor het beginnend lezen en spellen kennis van de letterklank-koppeling nodig. Wanneer deze letterklank-koppelingen niet goed geautomatiseerd worden in de hersenen, bestaat er een grote kans op het ontstaan van lees- en spellingsproblemen. Er zijn problemen bij het omzetten van fonemen (klanken) naar grafemen (taaltekens, zoals letters). Er is sprake van een ongelijke verdeling van verbale en performale (non-verbale) intelligentie. Dit betekent dat taken die niets met taal te maken hebben, relatief wel goed uitgevoerd kunnen worden.
Psychische problemen
Buiten het feit dat iemand dyslectisch is en het voor zichzelf moet accepteren en er mee moet leren omgaan, kunnen zich ook psychische problemen voordoen ten gevolge van dyslexie. Denk maar eens aan de sociale en emotionele gevolgen waar een dyslecticus mee te maken krijgt. Een goed voorbeeld is de faalangst, of het gevoel 'dom' te zijn, de schaamte, het ontwikkelen van een zwaar negatief zelfbeeld, uitblinken in iets anders om dyslexie te compenseren.
