Tijdens de groei worden er steeds nieuwe cellen gemaakt. Deze cellen ontstaan door celdeling. Dit proces wordt mitose genoemd.
Bij mitose ontstaan 2 nieuwe cellen uit een zogenaamde moedercel. Dit heeft niets met vader of moeder te maken. Het is de cel die zich deelt tot 2 nieuwe cellen. Deze 2 nieuwe cellen hebben hetzelfde aantal chromosomen als de moedercel. De chromosomen zijn bovendien kopieën van die van de moedercel.
Verdeling
De helft van de chromosomen van een lichaamscel is afkomstig van de ene ouder en de andere helft is afkomstig van de andere ouder. Van elk chromosomenpaar is één chromosoom afkomstig van de moeder en één van de vader. Dit geldt voor alle 23 chromosomenparen van elke lichaamscel. Je kunt dus zeggen dat je een beetje DNA van de vader en de moeder hebt.
DNA
Een chromosoom bestaat voor een klein deel uit genen. De rest is junk-DNA en ligt tussen de genen. Dit heeft geen duidelijke functie. Daarom wordt dit vaak gebruikt voor het maken van DNA-profielen. Je noemt zo’n profiel ook wel een DNA-fingerprint. We gebruiken dit omdat elk mens een ander DNA heeft. Door deze DNA-profielen te vergelijken, kun je een bepaalde persoon terug vinden.
Tweelingen
Eeneiige tweelingen ontstaan door mitose uit dezelfde bevruchte eicel. Deze cel heeft zich eerst door mitose gedeeld tot er een groepje cellen is ontstaan. Dat groepje cellen is daarna in twee groepjes uit elkaar gevallen. Uit beide groepjes is vervolgens een baby ontstaan. Die twee baby's vormen een kloon.
De chromosomen van een eeneiige tweeling zijn kopieën van die van dezelfde zogenaamde moedercel. Daarom is het DNA van een eeneiige tweeling precies gelijk. Ook hun DNA-profielen zijn dan gelijk.
