Dossier maatschappijleer

Vak:
Maatschappijleer
Thema:
Mens en werk
Onderwerp:
Arbeidsmarkt

Werkloosheid

Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt

Man werkt in de bouw

In tijden van crisis hoor je er vaak over in het nieuws: werkloosheid. Bedrijven moeten bezuinigen en nemen weinig nieuwe mensen in dienst of zetten mensen op straat. Die worden daardoor werkloos.

De arbeidsmarkt is een economische en sociologische benaming voor de interactie tussen vraag en aanbod van arbeid. Vragers op de arbeidsmarkt zijn de werkgevers die arbeid nodig hebben om te produceren.

Beroepsbevolking

De beroepsbevolking is een economische term. Hiermee wordt het aantal mensen in een bepaald gebied aangeduid dat wil, kan en mag werken.

Tot de beroepsbevolking worden gerekend alle personen tussen de 15 en 65:

  • die ten minste twaalf uur per week werken
  • die werk hebben aanvaard waardoor ze ten minste twaalf uur per week gaan werken
  • die ten minste twaalf uur per week willen en kunnen werken, daarvoor beschikbaar zijn en activiteiten ontplooien om werk voor ten minste twaalf uur per week te vinden, maar toch niet werken (werkzoekenden)

Van de beroepsbevolking worden degenen die ten minste twaalf uur per week werken tot de werkzame beroepsbevolking gerekend en degenen die niet of minder dan twaalf uur per week werken, maar wel geregistreerd staan als werkzoekende voor meer dan 12 uur per week, tot de werkloze beroepsbevolking. De beroepsbevolking is de optelsom van de groep werkende personen en de groep werklozen.

De arbeidsmarkt blijft in beweging

Aan het begin van de twintigste eeuw werkten er bijvoorbeeld alleen nog maar mannen, terwijl tegenwoordig de deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt heel normaal is. De belangrijkste veranderingen op de arbeidsmarkt in de afgelopen eeuw zijn:

  • Globalisering: arbeidsintensieve productie is voor een groot deel overgeplaatst naar lagelonenlanden.
  • Steeds meer scholing: er is meer werkgelegenheid in sectoren waar hoogwaardige kennis nodig is, zoals in de commerciële dienstverlening.
  • Europa: binnen de Europese Unie is er vrij verkeer van personen, goederen en kapitaal. Dit zorgt enerzijds dat goedkope werknemers uit Oost-Europa bij Nederlandse bedrijven komen werken. Anderzijds wordt de afzetmarkt voor Nederlandse bedrijven ook groter.
  • Beroepsbevolking verandert: meer mannen, maar vooral vrouwen, werken in deeltijd. Jongeren beginnen vaak pas na hun twintigste met werken.
  • Flexibilisering: mensen kiezen niet meer een baan voor het leven (in vaste dienst). Ze veranderen regelmatig van baan, werken thuis of werken als oproepkracht. Ook werkgevers hebben behoefte aan deze flexibilisering om beter te kunnen inspelen op de vraag.