Op dit moment denk je er misschien nog niet aan, maar over zo’n 50 jaar ben jij oud genoeg om te stoppen met werken en met pensioen te gaan. Tenminste, dat is momenteel het geval.
Nu is het nog zo dat iedere Nederlander die de leeftijd van 65 jaar bereikt AOW krijgt. Maar doordat mensen steeds ouder worden en er steeds minder jongeren zijn, is die uitkering straks misschien helemaal niet meer te betalen.
Ontstaan van de AOW
Tot de twintigste eeuw hield de overheid zich niet of nauwelijks bezig met het persoonlijke wel en wee van haar burgers. Zorg aan mensen die arm, oud of ziek waren werd overgelaten aan kerken en rijke particulieren. In de vorige eeuw ging de overheid zich steeds meer bekommeren om haar burgers. In 1947 werd in Nederland de noodwet ouderdomsvoorziening ingesteld door minister van sociale zaken Willem Drees. Dit was een noodzakelijke en kortlopende uitkering aan mannen en alleenstaande vrouwen van 65 jaar en ouder die niet voldoende eigen inkomsten hadden. In 1957 werd deze noodwet vervangen door de Algemene Ouderdomswet (AOW). Door dit ouderdomspensioen heeft iedere Nederlander na zijn 65ste verjaardag recht op een AOW-uitkering.
Financieringsgrondslag
Toen de AOW in 1956 werd ingevoerd, moest vanuit het niets worden begonnen. De mensen die toen 65 jaar of ouder waren, hadden altijd hard gewerkt maar ze hadden geen AOW-premie betaald. Daarom werd ervoor gekozen dat iedereen die werkt, de AOW betaalt van degene die op dat moment 65 jaar of ouder is. Tegen de tijd dat de huidige betalers 65 zijn, wordt hun AOW weer betaald door de mensen die dan werken. Deze financieringsgrondslag werkt goed als de bevolkingsopbouw stabiel is. Het probleem is dat de bevolkingsopbouw in Nederland op dit moment niet stabiel is. Door vergrijzing (meer ouderen) en ontgroening (minder jongeren) komt de AOW onder druk te staan.
Wie gaat dat betalen?
Bij de invoering van de AOW maakten 750.000 ouderen gebruik van deze voorziening. Zij maakten vaak maar korte tijd gebruik van de voorziening omdat zij jong stierven. Het aantal ouderen dat aanspraak maakt op de AOW is gestegen tot meer dan 2,5 miljoen. Door de vergrijzing wordt na 2010 de grootste groei verwacht. Het aantal ouderen in Nederland zal verdubbelen tot dik 4,4 miljoen in 2040.
De overheid zoekt nu naar manieren om de AOW ook in de toekomst in stand te kunnen houden. Eind 2009 werd besloten om de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar. Mensen die dat op dat moment 55 jaar of ouder zijn mogen wel op hun 65e stoppen. Mensen die zwaar werk doen zoals stratenmakers, bouwvakkers en verplegers moet na 30 jaar werken ander werk worden aangeboden. De nieuwe regel wordt geleidelijk ingevoerd. In 2020 wordt de AOW-leeftijd verhoogd naar 66 jaar en 5 jaar later naar 67 jaar. Op deze manier kunnen de kosten van de vergrijzing voor een groot deel worden opgevangen.
