Dossier maatschappijleer

Kenmerken van een rechtsstaat

Regels en wetten beschermen de vrijheid van burgers

Uitleg rechtsstaat

Zonder dat je het beseft, leef je in Nederland in vrijheid en kun je, binnen bepaalde grenzen, zeggen en doen wat je wilt. Je leeft in een rechtsstaat, die je naast plichten ook bescherming biedt. In een rechtsstaat zijn er regels die voor burgers en overheid gelden.

Voor het goed functioneren gelden een aantal basisprincipes:

1. Alle burgers hebben gelijke rechten

Dat de wetten voor iedereen op dezelfde wijze gelden is een recent verschijnsel. Zo was het bijvoorbeeld tot 1907 wettelijk vastgesteld dat bij een conflict tussen een werknemer en een werkgever de rechter de werkgever altijd op zijn woord moest geloven. Ook mochten getrouwde vrouwen tot 1957 niet zelfstandig juridische handelingen verrichten.

2. Het legaliteitsbeginsel

Mensen kunnen alleen gestraft worden voor een misdrijf dat al in het wetboek stond op het moment dat het misdrijf plaatsvond. Nieuwe strafwetten hebben geen terugwerkende kracht. De overheid kan dus geen wetten maken om tegenstanders achteraf te treffen.

3. De overheid moet zich aan wetten houden

Dit maakt het grote verschil tussen een rechtsstaat en een dictatuur. In een rechtsstaat kunnen burgers een proces beginnen tegen de overheid en kunnen ze dat ook winnen. De wet beschermt de burger dus ook tegen de overheid.

4. De grondwet

Om te zorgen dat regels en wetten niet in een plotselinge opwelling door een meerderheid van het parlement veranderd of afgeschaft worden, staan ze in de grondwet. Voor een wijziging van de grondwet is een tweederde meerderheid van het parlement, dus Eerste en Tweede Kamer, nodig. Bovendien moet er 2 keer over worden gestemd, een keer voor en een keer na verkiezingen.

5. Machtenscheiding (trias politica)

De belangrijkste machten binnen een rechtsstaat functioneren onafhankelijk van elkaar:

  • de wetgevende macht: bestaat uit het parlement, vaak samen met de regering. Zij zorgen voor het opstellen van nieuwe wetten.
  • de uitvoerende macht: bestaat uit de regering en de ambtenaren, zij zorgen dat de wetten worden uitgevoerd.
  • de rechterlijke macht: de rechters, zij treden op als de wetten worden overtreden.