Bij voetbal is het belangrijk dat de bal even makkelijk in alle richtingen geschopt kan worden. De snelheid en de richting ervan worden alleen bepaald door de manier waarop hij wordt getrapt. Dit klinkt logisch, maar het is wel de essentie van voetbal.
Bij rugby kan de ovaalvormige bal alle kanten op worden geschoten en bij ijshockey beweegt de puck alleen over het ijs. Het verschil zit hem dus in het feit dat de bewegingen van de voetbal te controleren zijn. De speler kan zijn tactiek dus zo ver perfectioneren tot hij tot op de centimeter nauwkeurig kan schieten.
Officiële balregels
De voetbal moet tegenwoordig voldoen aan de spelregels van de FIFA. Die heeft de volgende standaard opgesteld:
* de bal moet bolvormig zijn
* de bekleding moet van leer of andere goedgekeurde materialen zijn
* de omtrek moet tussen de 68 en 71 cm liggen
* de bal mag (bij het begin van de wedstrijd) niet zwaarder zijn dan 453 gram
Verschillende ballen
In de beginjaren van het internationale voetbal was er nog wel eens ruzie over de gebruikte bal. Omdat er nog geen officiële regelgeving over de ballen was, had ieder land vaak andere standaarden.
Zo kon het gebeuren dat een Europees elftal dat in de jaren twintig in Zuid-Amerika speelde, niet wilde spelen met de Zuid-Amerikaanse bal. De spelers vonden de bal te klein en te zwaar. Daarom wilden ze met hun eigen grotere en lichtere ballen spelen, en dat mocht. Dat duurde echter niet lang, want toen de bal per ongeluk in het publiek werd getrapt, gingen de toeschouwers ermee aan de haal. Die bal werd kapot gestoken met messen en een volgende bal werd meegenomen door een andere toeschouwer. Toen besloot het Europese team toch maar met de kleine bal van het plaatselijke elftal te spelen.
Geschiedenis van de bal
Waarschijnlijk wordt voetbal al eeuwenlang gespeeld. Misschien werd er zelfs in de prehistorie al gevoetbald met ronde stenen ballen, maar daar is geen bewijs van. De oudste speelballen zijn gevonden in het oude Egypte. Ze waren gemaakt van linnen, gevuld met riet en stro en waren groen en geel gekleurd. Omdat ze zo licht zijn is er waarschijnlijk niet mee gevoetbald: mensen gebruikten ze bijvoorbeeld om over te gooien.
Materiaal
Er zijn door de jaren heen allerlei uiteenlopende materialen gebruikt voor de bal. Soms is de bal van dierenhuiden gemaakt, gevuld met graan, plantenvezels, haar of veren. Ook werd de blaas van dieren wel eens gebruikt om mee te voetballen: dat stuiterde namelijk goed. Maar een blaas ging wel snel kapot als er hard tegenaan werd getrapt. Daarom was het schoppen tegen de bal vroeger nog niet zo belangrijk.
Rubber
Dat veranderde met de komst van rubber. In de Verenigde Staten werd al eeuwen met dit materiaal gebald door de Azteken. Toen het ook in Europa geïntroduceerd werd kreeg het voetbal een echte boost. In de negentiende eeuw bedacht een zekere Macintosh een manier om de bal te verbeteren. De buitenkant van de voetbal werd van leer, met een rubberen binnenbal erin. Dit lijkt al aardig op de voetbal zoals wij die kennen, maar hij had veel nadelen.
* als het regent werd de bal erg zwaar
* het kon erg pijn doen als je op de verkeerde manier tegen de bal trapte
Witte bal
In 1951 werd er voor het eerst gespeeld met een witte bal. Daarvoor was de bal altijd bruin geweest. Tegenwoordig staan er vaak allerlei kleurrijke versieringen op een bal. Sommige spelers zijn daar niet van gediend: ze leiden af en zorgen ervoor dat de bal wel een tol lijkt. Toch is de huidige voetbal geavanceerder dan ooit tevoren. Ze zijn lichter en beter beschermd dan de ballen uit het verleden. Zonder dit zou voetbal heel anders zijn dan we nu gewend zijn.
Bron: Morris, Desmond. Spel om de bal. Uitgeverij Scheffers bv, Utrecht. 1996.
